Lok

Het was heerijk weer vandaag. Zo heerijk dat een wandeling uitstellen je reinste zelfkastijding zou zijn. Er moeten meer mensen zijn die de boel de boel hebben gelaten en er op uit zijn getrokken. Dat was tenminste mijn eerste gedachte bij alle ongewone taferelen die ik passeerde.

Gelijk om  de hoek stond een fiets. Niet op slot en volgens mij al wat langer. Achtergelaten door een acute wandelaar? Meenemen? Of wacht, nee, het zou een lokfiets kunnen zijn. Rustig doorlopen.

Verderop een auto. Raam open, sleutels erin. Geen mens te bekennen. Ik zou de auto kunnen afsluiten en de sleutels inleveren op het politiebureau. Maar wacht, het zou een lokauto kunnen zijn en het is zeer de vraag hoe observerende agenten mijn handelingen interpreteren. Ik loop rustig door.

Ik woon niet ver van wat nog een beetje lijkt op natuur. Een meer omzoomd door groen was wel het minste waar ik mezelf op kon trakteren. Ik kreeg meer natuur dan ik had verwacht. Mijn man minnende medemens liet zich vanuit de bossages van zijn beste kant zien. Ik kon mezelf nog net inhouden om hem in niet mis te verstane bewoording duidelijk te maken dat ik daar niet van gediend was. Lokhomo.

De natuur bleek wederom weelderig, zacht en verkwikkend. Toen de terugkeer naar de stad niet langer ontlopen kon worden stapte ik de bebouwde kom weer binnen. Een wat verward ogende man zat op straat wat te prevelen. Zwart matje op het hoofd, krullende lokken. Misschien toch even vragen of het wel goed met hem gaat. Alleen hoe ziet dat eruit op video? Ik hield het erop dat het beter was om ervan uit te gaan dat ik hier te maken had met een lokjood en beter door kon lopen.

Bijna thuis kwam ik het laatste ongewone tafereel tegen. Of ik wist waar Sally was. Met betraande ogen keek het kleine mannetje mij aan. Ik stopte. In de wijde omtrek was geen ziel te ontwaren. Of ik wist waar Sally was. Nee, ik wist niet wie of waar Sally was, maar dat hield ik voor mezelf en liep naar huis. Het duurde zeker honderd stappen aleer ik het huilen niet meer hoorde.