Regels

Als je ergens goed in wilt zijn heb je regels nodig. Dat is per definitie waar. Zonder regels kun je niet weten of je iets goed doet. Zonder regels zou je bijvoorbeeld niet kunnen weten wanneer je een punt hebt gemaakt met tennis. Het zijn de regels die je vertellen wat geldt als een punt en wat niet. Een bal die buiten de lijnen pas de grond raakt, levert niets op. Een bal binnen de lijnen levert een punt op mits je tegenstander hem niet kan retourneren. Zo zijn de regels. Een goede tennisser maakt veel punten en de wereldkampioen tennissen maakt de meeste punten van allemaal.

Een kenmerk van onze tijd is dat er steeds meer regels bij komen. De digitale wereld helpt daar enorm bij. Duizend jaar geleden had de mens niet zoveel regels en dus ook niet zoveel mogelijkheden om ergens goed in te zijn. Natuurlijk nog steeds veel, maar de regels van twitter, facebook, popmuziek, zoekmachineoptimalisatie, asfalt leggen, metrolijnen, alle games enzovoort bestonden nog niet. En al die nieuwe regels hebben een enorme aantrekkingskracht op mensen. Curling vind ik altijd een goed voorbeeld. Niet zo heel lang geleden een volstrekt onbekende sport en nu olympisch met amateurteams op alle ijsbanen. Mensen zijn dol op regels. Hoe meer regels, hoe meer kans om ergens in uit te blinken.

Als je leeft zonder regels kun je nooit ergens goed in zijn. Iemand zei ooit dat hij zonder regels leefde en als het bovenstaande waar is, kan hij dus nooit ergens goed in zijn. Het enige wat hem rest is het zijn. Gewoon er zijn, je ding doen zeg maar. Wat een rust moet dat geven. Nooit zorgen over of je het wel goed doet. Nooit geen gevoelens van minderwaardigheid. Een zegen. Die rust valt trouwens nog te bezien want als er iets is wat mensen graag doen dan is het regels opleggen aan anderen. Is het niet bij wet, dan wel bij vertrokken gezichten. Bij het Van Dam-orgel waar ik in mijn jeugd veel op heb mogen oefenen hing een tegeltje met de rake spreuk “men maakt regels voor anderen en uitzonderingen voor zichzelf”.

Wat heb ik daar veel geoefend om een goed organist te worden. Het heeft niet geholpen. Wat ik dan ook beter had kunnen doen was om de regels naar mijn hand te zetten. In plaats van de regels van het vak te volgen, nieuwe regels maken. Regels die ik wel kon naleven, naspelen is misschien een beter woord hier, zodat ik toch goed zou worden. Maar dan was ik de enige die volgens die regels speelde. Dat geef ik toe, maar dat zou nooit lang hebben geduurd, want als er iets menselijks is dan is het dat ze samendrommen om nieuwe regels. Curling, weet u nog?

Had ik dat gedaan, dan was ik een goed organist, of orgelist zoals dat in Sweelincks tijd ook wel heette, in mijn eigen stijl geworden. Misschien bent u een goed kunstenaar in uw eigen stijl geworden. Sorry als ik dat nu opeens niets meer lijkt voor te stellen. Maar u vond het waarschijnlijk toch al niets voorstellen, u deed gewoon uw ding en werd opgemerkt door anderen. Voor iemand die iets kan is het altijd verbazingwekkend dat anderen het niet kunnen. Het is toch zo makkelijk? Maar érgens goed in zijn, is één ding. Helemaal goed zijn is iets anders. Wie stelt daar de regels nog voor op?