Begrafenis

Een echte begrafenis. Geen acteurs, geen boek, geen opname die je later op televisie ziet, maar nu, hier, echt en zij mogen erbij zijn. Helemaal zeker zijn ze daar niet van. In hun zakken zit geen toegangsbewijs, bonnetje of factuur en dat geeft toch enig voyeuristisch ongemak. Want hoe verkrijgt men anders toegang dan door entree te betalen? Zelfs onderbrekende reclameblokken zouden meer dan welkom zijn om de onzekerheid weg te nemen. Dan is er voor hen betaald en in ruil geven ze de advertenties enige aandacht. Klaar, helder, duidelijk.

Zo gewend aan betalen voor emotionele thrills  zoeken ze naar een andere grond voor hun aanwezigheid. Als het niet met geld kan, dan misschien met medeleven. Maar hoeveel medeleven is één begrafenis waard? Kunnen ze zoveel opbrengen? Dat zijn de vragen die door hun hoofd spoken. Overal is het merkbaar. In de zaal van de plechtigheid kijken ze voorzichtig om zich heen, spiedend naar een prijskaartje. Hoeveel tranen lopen er, hoe hard trillen lippen, hoe rood ogen ogen? Tijdens de receptie stellen ze vragen als ‘kende jij het lijk een beetje’ en antwoorden ‘het is een keer komen eten – en daarom mag ik hier zijn’.

Zo zat ik wat te mijmeren tijdens de uitvaart. Het hoefde allemaal niet waar te zijn, maar toen iemand nadien zei “jij had het ook moeilijk buiten he? Binnen ging het nog wel, maar buiten zag ik toch echt een trillend lipje,” wist ik dat niet meer zo zeker. Wel ging ik met een zuiver geweten naar huis wetende dat ik genoeg entree had betaald.