Aardbeving

Zo stevig als een huis. Vaste grond onder de voeten hebben. Twee gezegdes die in Groningen rap aan betekenis verliezen. Met elke aardbeving voelt men de grond onder zich wegzinken. Niet letterlijk, nog niet althans, maar figuurlijk. De Groninger die normaal niet van zijn stuk te krijgen is, is in beroering gebracht.

Als de grond al niet meer te vertrouwen is, wat dan nog wel? Op welke zekerheden valt dan nog te bouwen? Aardbevingen maken de filosoof in de mens wakker en de dominees. Vanaf menig kansel zal een preek hebben geklonken met de woorden vaste grond en aardbeving. Het enige vaste, zo zal het bruggetje wel zijn gelegd, is de liefde van God. Richt je daar op en je hebt niets te vrezen. Maar voor wie echt wakker is geschud is dat geen lapmiddel meer.

Een beetje schudden daar ligt de Groninger niet wakker van. Nee, het was het bericht dat er wel eens doden konden vallen bij aardbevingen die nog veel heftiger zullen worden. Een schuur is wel te repareren, maar sterven?! Toch vraag ik me af, is het niet een hele eer om te mogen sterven voor het land? Is het niet een waardig offer wetende te zijn gestorven voor een goede zaak. De goede zaak is in dit geval de gasopbrengsten, of meer tastbaar geformuleerd, het feit dat velen in warmte en welvaart kunnen leven.

Gevallen voor het vaderland. Het zou maar zo op een grafsteen kunnen staan straks. Niet de zerk van een uitgezonden militair, maar van iemand die zo dapper was om in Groningen te blijven wonen. Sterven voor ’s lands economie.

Minister Kamp bracht het mooi. Zittend op zijn steigerend ros, sabel in de hand en de blik op de horizon sprak hij begeesterende woorden die weerklank vonden in menig hart. Voor kas en koning, scandeerden de aanwezigen. De schilder Helmantel werkt op dit moment aan de vereeuwiging van het schouwspel bij de gasbel van Slochteren. Het zal op zijn tijd in het Rijks te bewonderen zijn onder de afdeling vroeg-eenentwintigste eeuwse economische offers samen met een portret van sns topman Sjoerd van Keulen gemaakt op zijn onderduikadres.

Wij sterven tegenwoordig nergens meer voor. Dat is iets voor derde wereld landen, voor landen waar onderdrukking heerst. Hier leven we lang, heel lang. Het is een beetje zoals Oscar Wilde al schreef en ik citeer hem vrijelijk: ‘tegenwoordig leven we langer en langer, maar waarvoor weten we hoe langer hoe minder’.