Stratier

Onze Vlaamse zuiderburen hebben een prachtig woord voor een straathond. Honden waarvan het ras niet meer te herleiden is worden stratiers genoemd. Deze tekst is eveneens een bastaard, een hybride. De zinnen zijn verzameld langs de kant van de straat. In dit geval op een dag in Groningen in de Herestraat. Van passerende mensen is telkens een flard van een gesprek opgeschreven. Vaak lukt het net om één zin goed te verstaan voordat ze buiten bereik raken. Met deze verzameling zinnen die onderling geen enkel verband hebben, heb ik een dialoog gemaakt.

A: Die kop van m’n oma, ze wist niet wat ze zag
D: Dat snap ik wel een beetje
A: Toen was ik ook niet echt dik, maar wel dikker
D: Als het koud is, is het lekker
A: Ja lekker
D: In een oude omastoel zat ze te breien
A: Ik vergeet die dingen altijd
D: En toen zei ze tegen Sophie: “in welke klas zit jij?”
A: Ik denk dat het meisje nu net zo oud als Melle is

A: ah ah ah ah ah ah
D: Wat zeg je? Ik versta je niet zo goed
A: Hij staat daar gewoon
D: Ja dus euh…
A: Nee, maar goed, als je omhoog kijkt zoals hier
D: Oh daar
A: Hij zou dus gister weer komen
D: Je kunt er altijd een flesje parfum of zo euh…
A: Ik spreek hier toch niemand op straat aan
D: Het liefst wel, dat zou wel makkelijk praten zijn
A: Nee, laat hem maar
D: Net wat ik zei

A: Zullen we bij de Hema kijken?
D: Dat zal ik eens vragen
A: Sjonge jonge
D: Even hier zijn
A: Ik heb geeneens ontbijt gehad
D: Wat vind je van die taillebroek die ik heb? Beetje wijd?
A: Die jas is echt vét gaaf
D: Dat is mooi, maar heel veel mensen hebben geen geld
A: Dus ze verkopen weinig meer
D: Dat is ook echt zo
A: Nu ben ik 1.69

Herestraat, Groningen
Februari 2014