Herdenken

Misschien moeten we het herdenken van de Tweede Wereldoorlog eens opnieuw overdenken, heroverwegen, herdenken. Waarom? Alleen al omdat het soms als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd dat we de vijf jaren die de Tweede Wereldoorlog duurde nooit mogen vergeten. De Westerse beschaving is namelijk ook te karakteriseren als een continue strijd tegen vanzelfsprekendheid, het zeker weten, tegen autoriteit. Het is een Westerse verworvenheid om te mogen twijfelen. Dus als iemand zeker weet dat we dit nooit mogen vergeten, dan is het zeker de moeite waard om daar eens bij stil te staan.

Laten we eens stilstaan bij het feit dat het ondertussen 71 jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. In de tussentijd is de vooruitgang sneller en sneller gegaan. Ergens wringt het dat we dan toch nog stilstaan bij zoiets primitiefs. De vergelijking gaat niet helemaal op, maar het is alsof we een grote stammenstrijd van voor de geschiedenis herdenken. Nu kan ik me nog een veldslag herinneren tussen de aanhangers van twee voetbalclubs in een of ander weiland, maar een gevecht met knuppels komt over het algemeen niet meer voor. Waarom dan nog herdenken?

Laten we eens stilstaan bij het feit dat het herdenken een kader schept. Door de Tweede Wereldoorlog naar voren te blijven halen wordt ook een kader geschapen van goed en kwaad. De gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog fungeren daarin zo ongeveer als het uiterste van wat er mogelijk is aan slechtheid. Daarmee worden andere slechte zaken al gauw minder erg. Iets wat de kinderen van kort na de oorlog maar al te goed weten. De oorlog, dat was pas erg!

Zou het een teken van vooruitgang kunnen zijn als we de Tweede Wereldoorlog wel gewoon vergeten? Misschien heeft het wel hetzelfde effect, namelijk dat er nooit weer zoiets zal gebeuren als een wereldoorlog. Even heel overdreven, maar als we nou doen alsof iets als het bevuilen van de straat het ergste is wat er is (in plaats van oorlog), wie haalt het dan nog in zijn hoofd om een oorlog te beginnen?

Een reactie plaatsen