trainen op aandacht

Er zijn experimenten gedaan met baby’s om te kijken hoe lang ze ergens hun aandacht bij kunnen houden. Het bleek dat sommige prikkels (stimuli) zo sterk waren dat hun aandacht er volledig op gericht bleef. Ze bleven maar kijken naar wat hun getoond werd. Op den duur gingen ze huilen omdat ze hun aandacht maar niet los konden maken van de prikkel. Soortgelijke experimenten worden ook gedaan voor Sesamstraat, Spongebob en de series van Netflix. Die series worden zo gemaakt dat ze de aandacht van de kijker zo lang mogelijk vasthouden. Daar hoef jij als kijker niets voor te doen.

Hoe anders is dat in het volleybal! Daar zijn tal van momenten waarop je je aandacht kunt verliezen. Het is haast onmogelijk om niets van een provocerende tegenstander aan te trekken, of om de ronduit slechte beslissing van de scheidsrechter niet als een groot onrecht te voelen, of om niet te denken aan de stand wanneer het 23-24 staat. Dus om de aandacht erbij te houden zul je als speler (of coach) wél iets moeten doen.

Wat moet je dan doen om de aandacht er bij te houden? Ten eerste moet je weten wáár je je aandacht bij moet houden. Onderzoek laat zien dat je prestaties beter zijn wanneer je aandacht is gericht op de taak die je moet uitvoeren. Daarmee weet je logischerwijs ook wat je taak niet is, en al die dingen zou je afleiding kunnen noemen.

Tijdens een recent bezochte workshop van winvanjezelf.com werden de cirkels van aandacht gepresenteerd. In dat systeem van cirkels, is de binnenste cirkel – de cirkel met nummer 1 – de plek waar je zit als je aandacht is gericht op de taak die je moet uitvoeren. Om die cirkel heen zitten nog vijf cirkels met soorten van afleiding. Deze zijn:

  • directe afleidingen
  • vergelijken met hoe het zou moeten
  • winnen of verliezen / scoren of niet scoren / slagen of falen
  • de gevolgen van winnen of verliezen / scoren of niet scoren
  • de zinsvraag: wat doe ik hier?!

Nu ik dit zo zie, vraag ik me af of deze opdeling van alles wat buiten de eerste cirkel praktische toepassingen heeft. Immers, wanneer je als speler merkt dat je aandacht niet bij de taak is, is dat niet voldoende om te weten? Of moet je ook nog weten waar je aandacht wel is en per type afleiding (want dat zijn de buitenste cirkels, afleidingen) een andere manier hebben om terug te komen bij je taak?

Om die vraag dan zelf ook maar gelijk te beantwoorden, ja, ik kan me voorstellen dat je als speler best even afgeleid kunt worden van de vraag ‘wat doe ik hier?’ en alle gevoelens die daarbij horen. En dat die afleiding anders aangepakt moet worden dan de afleiding door een oneerlijke beslissing van de scheidsrechter. Het lijkt me ook niet makkelijk om daar ter plekke, tijdens een wedstrijd waarin je dik verliest of een training waarin je tegen je grenzen aanloopt, een goed antwoord op te bedenken. Het lijkt me makkelijker om een antwoord klaar te hebben voordat de vraag zich aandient. Misschien een goed onderwerp voor een teamgesprek aan het begin van het seizoen? Niet dat dit boek alle antwoorden heeft, maar ‘Beyond Winning’ van Gary Walton geeft genoeg stof tot nadenken over het waarom van sporten.

Misschien is het een goed idee om voor elk van de afleidingen een reactie klaar te hebben. Als de scheidsrechter … dan… Als ik denk aan de stand dan… Als … dan… Of wordt dit teveel van het goede?

Een andere vraag waar ik mee zit heeft te maken met alle afleidingen die er zijn voordat de service ontvangen wordt. De volgende gang van zaken komt vast bekend voor: de tegenstander scoort een punt, er is een moment van teleurstelling, misschien zelfs wat gemopper, de groep komt even bij elkaar, de passers nemen hun plek in, de libero geeft nog een high-five links en rechts, geeft nog een aanwijzing of een peptalk en dan wordt er al geserveerd. Nu heb ik geen cijfers om mijn vermoeden te staven, maar in mijn beleving is deze gang van zaken niet bevorderlijk voor een goede focus. Meer dan eens wordt er dan ook slecht gepasst wanneer de libero tijdens het fluitsignaal nog bezig is met de dingen om hem/haar heen. Zou dit niet anders moeten? Of gaat dat weer ten koste van het team? Anders geformuleerd, is de taak van de libero in deze situatie om een goede pass te verzorgen of om mensen op te peppen, te instrueren en de cohesie te bevorderen?

Tot slot nog iets over de taak waar je je aandacht bij moet houden want er zijn goede en minder goede taken. Je zou jezelf als taak kunnen stellen om een punt te scoren. Zulke taken zijn gericht op een uitkomst (een punt) en heb je maar ten dele onder controle (de tegenstander kan je bal verdedigen). Je zou jezelf als taak kunnen stellen om de bal over het blok heen te wippen met een roll-shot. Zulke taken zijn gericht op een proces (hoe je het gaat doen) en heb je grotendeels zelf onder controle (de setup zou alleen wel ongeschikt kunnen zijn voor een roll-shot). Het schijnt dat die taken het beste werken: taken waarbij je je focust op een proces waarover jij de controle hebt.

Je kunt met zulke taken ook nooit falen. En wat als die setup dan niet goed is zodat je je plan niet kan uitvoeren? Dan komen we in de volgende fase van je ontwikkeling als sporter: je back-up plan. In de literatuur worden dit ook wel contingency plans of if-then plans genoemd.

Een reactie plaatsen