Categories
Columns

Reumia

Tom schrijft in jouw column over dat de collectant van de Hartstichting geen rooie cent van hem krijgt omdat ze zich laten sponsoren door Becel. Wat zou ik zeggen als een collectant van de Hartstichting bij mij aanbelt? Ik denk iets als:

“Goedenavond, ik begrijp waar u voor komt. Dat hoeft u mij niet meer uit te leggen. Ik zag het al aan de sticker op uw prachtige collectebus. Aan uw witte knokkels zie ik dat het al een hele zware bus is. U moet vast een goede collectant zijn. Iemand die mensen weet te overtuigen van de goede zaak, met hart voor de zaak zal ik maar zeggen. Heeft u daar een training voor ontvangen van de Hartstichting? Een training waarin ze u bijvoorbeeld het belang van de juiste woordkeuze hebben geleerd zodat u nu commerciële sponsoren partners noemt. Want sponsoren dat riekt natuurlijk naar ouderwetse belangenverstrengeling en dat wilt u niet uitstralen. Dan zouden mensen wel eens minder kunnen gaan geven. Maar het zijn natuurlijk wel sponsoren. Gewoon ouderwets winstmakende bedrijven die een flinke som geld overmaken om de naam van de Hartstichting op hun producten te mogen zetten.

En omdat niet iedereen van harten houdt, is er Blue Band voor de mensen die van hersenen houden. Zo pakt moederconcern Unilever een zo groot mogelijk deel van de markt. Misschien zitten ze daar nu wel te broeden op een boter die aanbevolen wordt door her Reumafonds of de Kankerstichting. Moeten die wel eerst even hun naam veranderen, want een ziekte op de pakjes boter staat natuurlijk niet erg appetijtelijk. Ik hoor het Youp van ’t Hek al zeggen: “Schat, wil je me die kankerboter even aangeven? Of nee, doe maar die reumia.”

Nee, volgens mij heeft Unilever heel andere belangen dan mijn gezondheid. Welk argument ik daarvoor heb vraagt u? Dat is eenvoudig: Unilever, heeft meerdere merken boter. Dat kan twee dingen betekenen. Of ze weten helemaal niet wat nu het beste is. In dat geval shoppen ze in de winkel van de wetenschap en kiezen ze die onderzoeken die mooi passen bij de verschillende producten. Of ze weten wel wat het beste is, maar doen niets met die kennis. Als Unilever weet wat het beste is, en echt het beste met mij voor heeft, dan moet ze één ideaal product op de markt zetten. Een product dat alle wetenschappelijke inzichten gebruikt om een supergezonde boter te maken.

U, mevrouw de collectant, ziet hopelijk dat ik als consument geen mogelijke wereld kan bedenken waarin Unilever een goede zaak is. U ziet dan ook dat ik een stichting als de Hartstichting geen warm hart meer kan toedragen want waar je mee omgaat daar raak je mee besmet. Wie wie besmet heeft met het inhalige virus durf ik niet te zeggen. Misschien was het Unilever die de Hartstichting infecteerde met het geldbejag of misschien was het het vorstelijk honorarium van uw directeur dat Unilever corrumpeerde. Dat durf ik niet te zeggen.

Nog een laatste opmerking en dan laat ik u weer op uw ronde. Door alleen de dure Becel aan te bevelen maakt u van gezondheid ook iets exclusiefs. Iets dat alleen voor de rijkeren is weggelegd. Het spijt me dan ook niet dat ik niets in uw collectebus laat vallen. Nee, voor mij is een goed doel pas een goed doel als het eeuwige trouw aan mijn belang zweert. En hoewel je vreemdgaan niet moet veroordelen volgens Nicole van den Kommer houd ik gewoon niet van vreemdgaan.”

By Jasper

Jasper studeerde filosofie in Groningen. Sinds 2008 schrijft hij columns, gewoon om zijn pen te proberen. Hij wordt wel eens de nieuwe Martin Bril genoemd. Ook bij Jasper is het alledaagse terug te vinden. Zijn columns verschijnen ook op dumpjekunst.nl en eerder bij kvk netwerk, cnv zelfstandigen en snelafstuderen.nl. Een thema dat in veel columns op één of andere manier terugkomt, is de onttovering van zijn wereld.