Categorieën
Essays

Begeleiden

Tirri en Ubani pleiten in hun artikel How do gifted girls perceive the meaning of life? naar mijn idee terecht voor loopbaanbegeleiding waarin het persoonlijk wereldbeeld het vertrekpunt is. In dit geval gaat het om begeleiding aan jonge hoogbegaafde meisjes Finland. Uit de adviezen die zijn geven aan het einde van het artikel blijkt echter dat sommige wereldbeelden in hun ogen ‘fout’ zijn. Daar zou ik graag iets tegenin willen brengen.

De studie van Tirri en Ubani bestaat hoofdzakelijk uit de bespreking van twee interviews. Uit een klas voor hoogbegaafde leerlingen zijn twee meisjes geselecteerd die vergelijkbaar zijn op het vlak van academische prestaties. Op het vlak van zingeving (in het onderzoek opgevat als de relatie tot God, zelf, anderen en wereld) vormen zij een paar met een groot verschil in scores. De meetinstrumenten om deze scores vast te stellen waren een vragenlijst om de spirituele sensitiviteit te meten en de Defining Issues Test.

Het paar met het grootste verschil is Jean en Susan, twee meisjes van 12 jaar oud uit dezelfde klas. Jean scoorde hoger dan gemiddeld op de beide tests en Susan lager dan gemiddeld op beide tests. Over de zin van het leven zegt Jean:

“The meaning of life is a personal reason for
individual’s existence. It is a task that has
been predestined by God to each person to
complete.”

Susan zegt daarover:

“Meaning of life doesn’t really exist as given.
Our role in life is the outcome of our
individual choices that are based on our will
and desires. We are completely on our own in
this world; there is no God[.]”

In het geval van Jean is er duidelijk een God, eentje die beschikbaar is voor haar en haar problemen. Wat haar zelf betreft, ze voelt sterk dat haar een taak is toebedeeld en dat ze die moet ontdekken en uitvoeren. Ze is begaan met anderen, van een medeleerling die hulp nodig heeft bij wiskunde tot aan de armen in landen ver weg. De wereld is voor Jean een plek vol met wonderen. Ze kan zich echter ook voorstellen dat de wereld bekeken vanuit een ander perspectief geen wonderen bevat.

In het geval van Susan is er duidelijk geen God. Wat haar zelf betreft, ze ervaart geen opgelegde missie die ze moet ontdekken en uitvoeren. Ze lijkt in mindere mate begaan met anderen. Mensen zijn zo verschillend in haar ogen dat er van gemeenschappen geen sprake kan zijn. Ze ziet mensen als een verzameling individuen die zichzelf moeten zien te redden.  Het kwaad in de wereld deert haar niet zolang ze er geen last van heeft. Wel ervaart ze oorlogen als onrechtvaardig omdat veel gewone mensen er ongewild mee te maken krijgen. De wereld is voor Susan een speelplaats voor mensen.

Tirri en Ubani schrijven vervolgens dat “Girls like Susan should be guided to reflect on other people’s needs and global problems in the world” want “some gifted girls are not that acutely sensitive in moral and spiritual domains.” Daar zit voor mij een probleem. Susan zou je namelijk ook kunnen zien als een kritische denker die al vroeg op een fundamenteel probleem is gestuit. Namelijk, waarop baseer je je morele oordelen? Sinds de dood van God lijkt alles geoorloofd. Dat ze op dit punt in haar ontwikkeling een individualistisch antwoord heeft is niet per se fout. Jean zou je kunnen zien als een minder kritische denker. En waarom is het advies van Tirri en Ubani niet om Jean voor te bereiden op het moment dat haar geloof minder sterk wordt, of misschien zelfs wegvalt? In de begeleiding zou Jean gevraagd kunnen worden wat ze zou doen als God geen taak voor haar had weggelegd.

Tirri, K., & Ubani, M., 2004 How do gifted girls perceive the meaning of life? Gifted Education International, Vol. 9, 266-274.

Skarżyńska, K., & Radkiewicz, P., 2004. Adult attachment styles and negativistic beliefs about the social world: The role of self-image and other-image. Polish Psychological Bulletin, Vol. 45(4), 511-520.

Categorieën
Columns

Compensatiemens

De wereld gaat naar de knoppen. We stoten CO2 uit in de atmosfeer. We dumpen plastic in de oceaan. We storten fijnstof uit over onze steden. En het lijkt er niet op dat daar, alle klimaatoverleggen ten spijt, heel veel aan gaat veranderen.

Natuurlijk, we doen al iets. Om het plastic afval aan te pakken worden flessen met statiegeld verkocht, worden producten steeds minder verpakt en worden biologisch afbreekbare varianten ontwikkeld. Om de CO2 in de lucht aan te pakken is er de CO2-compensatie. Voor een paar euro extra kun je dan de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld je vliegreis teniet doen. Hoe ze dat doen weet ik niet, misschien planten ze er een boom voor of laten ze een ton algen los.

Dit laatste bracht mij op het idee van de compensatiemens, want we kunnen alle hulp wel gebruiken om de klimaatdoelen te halen. Het idee werkt als volgt. Om de aarde een beetje leefbaar te houden wordt gesteld dat we onze ecologische voetafdruk moeten verkleinen. Maar eerlijk gezegd wordt dat wel een beetje saai: niet meer vliegen, twee minuten douchen met koud water en alleen nog vleesvervangers. Dat kan en wil niet iedereen.

Voor de mensen die dat sobere leven wel willen en kunnen ligt hier een kans. Bij elke aanschaf die de Grote Voeters – mensen met een grote ecologische voetafdruk – gaat een klein beetje geld naar de Kleine Voeters, ofwel de compensatiemensen. Op die manier krijgen zelfs de meest nutteloze mensen een betekenisvolle rol in onze maatschappij. Het geld dat zij krijgen is dan verdiend. Waarmee? Met niks doen. Met het niet kopen van dingen, met het niet reizen naar verre oorden en met het beteugelen van de drang om de wereld vooruit te helpen met weer een technische innovatie.

Hoe dit georganiseerd moet worden? Dat is helaas niet mijn expertise als gedachtenmakelaar. Dit leek me al wel een stuk praktischer dan statiegeld op baby’s.

Categorieën
Volleybal

trainen op aandacht

Er zijn experimenten gedaan met baby’s om te kijken hoe lang ze ergens hun aandacht bij kunnen houden. Het bleek dat sommige prikkels (stimuli) zo sterk waren dat hun aandacht er volledig op gericht bleef. Ze bleven maar kijken naar wat hun getoond werd. Op den duur gingen ze huilen omdat ze hun aandacht maar niet los konden maken van de prikkel. Soortgelijke experimenten worden ook gedaan voor Sesamstraat, Spongebob en de series van Netflix. Die series worden zo gemaakt dat ze de aandacht van de kijker zo lang mogelijk vasthouden. Daar hoef jij als kijker niets voor te doen.

Hoe anders is dat in het volleybal! Daar zijn tal van momenten waarop je je aandacht kunt verliezen. Het is haast onmogelijk om niets van een provocerende tegenstander aan te trekken, of om de ronduit slechte beslissing van de scheidsrechter niet als een groot onrecht te voelen, of om niet te denken aan de stand wanneer het 23-24 staat. Dus om de aandacht erbij te houden zul je als speler (of coach) wél iets moeten doen.

Wat moet je dan doen om de aandacht er bij te houden? Ten eerste moet je weten wáár je je aandacht bij moet houden. Onderzoek laat zien dat je prestaties beter zijn wanneer je aandacht is gericht op de taak die je moet uitvoeren. Daarmee weet je logischerwijs ook wat je taak niet is, en al die dingen zou je afleiding kunnen noemen.

Tijdens een recent bezochte workshop van winvanjezelf.com werden de cirkels van aandacht gepresenteerd. In dat systeem van cirkels, is de binnenste cirkel – de cirkel met nummer 1 – de plek waar je zit als je aandacht is gericht op de taak die je moet uitvoeren. Om die cirkel heen zitten nog vijf cirkels met soorten van afleiding. Deze zijn:

  • directe afleidingen
  • vergelijken met hoe het zou moeten
  • winnen of verliezen / scoren of niet scoren / slagen of falen
  • de gevolgen van winnen of verliezen / scoren of niet scoren
  • de zinsvraag: wat doe ik hier?!

Nu ik dit zo zie, vraag ik me af of deze opdeling van alles wat buiten de eerste cirkel praktische toepassingen heeft. Immers, wanneer je als speler merkt dat je aandacht niet bij de taak is, is dat niet voldoende om te weten? Of moet je ook nog weten waar je aandacht wel is en per type afleiding (want dat zijn de buitenste cirkels, afleidingen) een andere manier hebben om terug te komen bij je taak?

Om die vraag dan zelf ook maar gelijk te beantwoorden, ja, ik kan me voorstellen dat je als speler best even afgeleid kunt worden van de vraag ‘wat doe ik hier?’ en alle gevoelens die daarbij horen. En dat die afleiding anders aangepakt moet worden dan de afleiding door een oneerlijke beslissing van de scheidsrechter. Het lijkt me ook niet makkelijk om daar ter plekke, tijdens een wedstrijd waarin je dik verliest of een training waarin je tegen je grenzen aanloopt, een goed antwoord op te bedenken. Het lijkt me makkelijker om een antwoord klaar te hebben voordat de vraag zich aandient. Misschien een goed onderwerp voor een teamgesprek aan het begin van het seizoen? Niet dat dit boek alle antwoorden heeft, maar ‘Beyond Winning’ van Gary Walton geeft genoeg stof tot nadenken over het waarom van sporten.

Misschien is het een goed idee om voor elk van de afleidingen een reactie klaar te hebben. Als de scheidsrechter … dan… Als ik denk aan de stand dan… Als … dan… Of wordt dit teveel van het goede?

Een andere vraag waar ik mee zit heeft te maken met alle afleidingen die er zijn voordat de service ontvangen wordt. De volgende gang van zaken komt vast bekend voor: de tegenstander scoort een punt, er is een moment van teleurstelling, misschien zelfs wat gemopper, de groep komt even bij elkaar, de passers nemen hun plek in, de libero geeft nog een high-five links en rechts, geeft nog een aanwijzing of een peptalk en dan wordt er al geserveerd. Nu heb ik geen cijfers om mijn vermoeden te staven, maar in mijn beleving is deze gang van zaken niet bevorderlijk voor een goede focus. Meer dan eens wordt er dan ook slecht gepasst wanneer de libero tijdens het fluitsignaal nog bezig is met de dingen om hem/haar heen. Zou dit niet anders moeten? Of gaat dat weer ten koste van het team? Anders geformuleerd, is de taak van de libero in deze situatie om een goede pass te verzorgen of om mensen op te peppen, te instrueren en de cohesie te bevorderen?

Tot slot nog iets over de taak waar je je aandacht bij moet houden want er zijn goede en minder goede taken. Je zou jezelf als taak kunnen stellen om een punt te scoren. Zulke taken zijn gericht op een uitkomst (een punt) en heb je maar ten dele onder controle (de tegenstander kan je bal verdedigen). Je zou jezelf als taak kunnen stellen om de bal over het blok heen te wippen met een roll-shot. Zulke taken zijn gericht op een proces (hoe je het gaat doen) en heb je grotendeels zelf onder controle (de setup zou alleen wel ongeschikt kunnen zijn voor een roll-shot). Het schijnt dat die taken het beste werken: taken waarbij je je focust op een proces waarover jij de controle hebt.

Je kunt met zulke taken ook nooit falen. En wat als die setup dan niet goed is zodat je je plan niet kan uitvoeren? Dan komen we in de volgende fase van je ontwikkeling als sporter: je back-up plan. In de literatuur worden dit ook wel contingency plans of if-then plans genoemd.

Categorieën
Boeken

Lege Harten

In de roman Lege Harten doet de Duitse schrijfster Juli Zeh eigenlijk een stap terug ten opzichte van Speeldrift. Waar de hoofdpersonen in Speeldrift alle waarden, betekenis en zelfs het nihilisme voorbij zijn, zijn de personages in Lege Harten druk bezig om hun bestaan zin te geven. Wel op een bijzondere manier.

Zeh vertelt een verhaal dat zich in de nabije toekomst afspeelt. Trump en Poetin hebben onverwacht goede dingen tot stand gebracht en Merkel heeft het veld moeten ruimen voor een Bezorgde Burger Beweging. Een beweging die sinds de machtsovername het ene na het andere “efficiëntiepakket” invoert. De markt is dominant.

De politiek is niet iets waar Britta zich nog in interesseert. Zij heeft zich met haar bedrijf De Brug in een bijzondere niche van de markt genesteld. De markt van suïcidalen. De Brug bemiddelt tussen organisaties die met een aanslag aandacht willen genereren voor een goede zaak (milieu, burgerrechten, vrijheid) en mensen die hun leven een laatste beetje zin willen geven. Marktwerking en zingeving hoeven elkaar dus helemaal niet uit te sluiten.

De Brug is geen terroristische organisatie. Zij bemiddelt slechts en over het aantal slachtoffers van een aanslag worden harde afspraken gemaakt. Een samenleving heeft terreur nodig en De Brug levert dat. Net genoeg om anderen de wind uit de zeilen te halen. Gedoseerd en geïnstitutionaliseerd terrorisme zou je kunnen zeggen. Een paradox: om aanslagen te voorkomen ga je ze zelf organiseren. Het “je” moet hier dan gelezen worden als een samenleving.

Potentiële aanslagplegers worden met behulp van big data gevonden, actief benaderd en uitgenodigd om deel te nemen aan het programma van De Brug. Dat programma bestaat uit meerdere fases, stuk voor stuk tests om te kijken of de kandidaat werkelijk een einde aan zijn of haar leven wil maken. Veel kandidaten verlaten het programma vroegtijdig met een hervonden levenszin. Een enkeling maakt het traject af en wordt ingezet. Aan beide soorten kandidaten verdient De Brug; een goed verdienmodel.

Dan meldt Julietta zich aan. Met haar jongheid en prachtig uiterlijk is zij de “perfecte terrorismepop”. Als je zulke kandidaten in huis hebt dan heb je een streepje voor op de concurrentie. Julietta is echter ook de persoon die Britta uit evenwicht brengt.

Wat de verhalen van Zeh voor mij zo interessant maken is dat ze een idee pakt en daarvan de ultieme gevolgen opzoekt. In de roman Speeldrift was dit het idee dat de wereld en het leven geen betekenis hebben. Als dit zo is, hoe zou iemands leven er dan uit kunnen zien? In deze roman Lege Harten wordt gespeeld met het idee van de (neoliberale) marktwerking. Als de markt heilig is, en de overheid zo min mogelijk moet ingrijpen, hoe zou het leven er dan uit kunnen zien? Misschien dus wel met een terroristenmakelaar (zinmakelaar?) die gedoogd wordt door de geheime dienst. Liever gecontroleerde terreur dan chaos.

Tot slot nog iets over het motto. Persis Bekkering van de Volkskrant is teleurgesteld in de roman. Het is een “zwaar versimpelde thriller die uitblinkt in clichés”. Daar kan ik weinig tegenin brengen. Ook ben ik het met Bekkering eens dat Britta een typetje is en geen literair personage. Britta is “een goed georganiseerde vrouw met smetvrees, die haar geweten strak onder de duim houdt. Ze is zo kunstmatig dat Zeh voortdurend kunstgrepen nodig heeft om het verhaal geloofwaardig te houden.” Maar dat is nu juist het briljante van Zeh! Het motto van het boek is “Ja. Zo zijn jullie” en ik ken nog wel een aantal mensen die hun leven ook als een typetje leiden, zelfs het Britta-type. Die ook allerlei kunstgrepen toepassen om het voor zichzelf nog een beetje geloofwaardig te houden. En die net als Britta een Julietta nodig hebben om nog iets te ervaren van wat het betekent om mens te zijn.

Het leven is zinloos, maar daar kun je niet de hele dag bij stilstaan. We hebben die kunstgrepen nodig. De cultuur is echter van grote invloed op de beschikbare en algemeen geaccepteerde kunstgrepen. De vraag die Zeh stelt is waar leidt dit toe? Haar dystopische antwoord: voor je er erg in hebt zijn we allemaal typetjes geworden.

Categorieën
Boeken

Searching for Meaning

Een tijdje geleden las ik het nieuwsbericht dat James T. Webb is overleden. Ook las ik dat hij betrokken was bij het Instituut voor Hoogbegaafde Volwassenen en daarvoor een lezing heeft gegeven. In die lezing (te vinden op YouTube) bespreekt hij kenmerken van hoogbegaafden en waar ze zoal tegenaan kunnen lopen. Heel kort noemt hij zijn boek Searching for Meaning, met als ondertitel Idealism, Bright Minds, Disillusionment and Hope. En dat het een moeilijk boek was om te schrijven omdat het zo persoonlijk is.

Het boek is inderdaad persoonlijk. Webb beschrijft hoe hij als jongen opgroeide in het gelovige, traditionele zuiden van de Verenigde Staten. Hoe zijn wereldbeeld aan het wankelen werd gebracht door zijn roommate Richard die erg geduldig vragen bleef stellen. En hoe professor Queener wekelijks tijd maakte om zijn desintegratie in goede banen te leiden. Het boek is ook opgedragen aan deze twee personen.

De term desintegratie komt uit Dabrowski’s Theory of Positive Disintegration. Deze theorie wordt genoemd als een behulpzaam raamwerk voor het begrijpen van existentiële depressies. Want naast het persoonlijke verhaal geeft Webb ook een overzicht van de wetenschappelijke inzichten over het samenspel van hoogbegaafdheid (zoeken naar consistentie), idealisme (hoge verwachtingen hebben), teleurstellingen (in anderen, in jezelf want de wereld is niet ideaal), en welke hoop daar uit te putten is.

Wat die hoop betreft blijf ik nog wat sceptisch. Misschien dat ik de stadia van een existentiële depressie nog niet volledig heb doorlopen, maar als het leven zinloos is wat maakt het dan uit welke coping stijlen ik gebruik, hoe gelukkig ik ben (alsof dat het hoogste goed is), en wat ik met mijn talenten doe?

Het boek heeft het vaak over iets goeds doen, de wereld verbeteren. Al is het maar met kleine stapjes of als rimpelingen in een vijver (p. 159). Maar een nihilist kan niets anders dan zijn schouders optrekken bij die begrippen. En een hoogbegaafde zal al snel denken dat zijn handelen een drup op een gloeiende plaat is. Misschien dat het eerste wel een coping stijl is om de teleurstelling van het tweede te verzachten.

En toch vind ik het fijn dat Webb de moeite heeft genomen om dit boek te schrijven. Zijn hoop was dat dit boek “will serve as a voice of understanding, compassion, and support that will help you through the most gruelling of the rough spots as you search for meaning on your own journey of self-discovery”. It has.

Categorieën
Volleybal

The Four Tendencies in het volleybal

The Four Tendencies is Gretchen Rubin’s model om mensen te typeren. Het is een eenvoudig model: mensen kunnen zich verzetten tegen verwachtingen of ze kunnen zich inzetten om verwachtingen waar te maken. Rubin maakt verder nog een onderscheid tussen interne en externe verwachtingen. Zo krijg je vier types.

De Upholder zet zich in om interne en externe verwachtingen waar te maken.

De Questioner zet zich in om interne verwachtingen waar te maken en verzet zich tegen externe verwachtingen.

De Obliger verzet zich tegen interne verwachtingen en zet zich in om externe verwachtingen waar te maken.

De Rebel verzet zich tegen interne en externe verwachtingen.

Een voorbeeld. Wanneer trainingen om 19 uur beginnen zal een Upholder op tijd komen, een Questioner zal alleen op tijd komen als zhij daar het nut van inziet. Misschien heeft het niet zoveel zin om op tijd te komen omdat het veld pas om 19 uur beschikbaar komt en er maar 3 spelers nodig zijn om het net op te hangen. Dan kan de Questioner besluiten dat zhij best nog even door kan werken of een boodschap doen.

Een Obliger wordt gedreven door de verwachtingen van anderen en zal op tijd komen. Tenminste, zolang zhij niet teveel belast is want een goede gewoonte kan zomaar losgelaten worden wanneer het teveel wordt, aldus Rubin. Een Rebel streeft naar totale vrijheid van verwachtingen. En de enige manier om te bewijzen dat zhij vrij is, is door een totaal willekeurig patroon te volgen. Zhij zal even vaak te laat als op tijd komen zonder duidelijke reden.

Wat zou je nu aan Rubin’s model kunnen hebben? Stel je wilt als trainer dat je spelers iets gaan doen, zeg uitdekken. Als al je spelers Upholders en Obligers zijn, dan zullen ze het zonder meer doen. Zeker wanneer je een speler hebt, bijvoorbeeld een libero, die het voortouw neemt. Dan is er de externe verwachting van de trainer en van de libero en het loopt. Maar wat als een speler niet uitdekt? Met het model van Rubin in je achterhoofd kun je denken ‘deze speler is een Questioner/Rebel’.

Om een Questioner tot uitdekken te bewegen is meer nodig dan het uitspreken van een verwachting want zhij zal eerst overtuigd moeten zijn van het nut. Dat betekent dat je in gesprek moet gaan. En misschien leer je dan nog iets van de speler, maar sowieso over de speler.

Rubin bespreekt nog een paar andere manieren om een Questioner over te halen. Want hoewel het zeker waardevol kan zijn kan het ook een valkuil zijn om alle externe verwachtingen ter discussie te stellen.

Wat er voor nodig is om een Rebel tot uitdekken te bewegen weet ik nog niet. Zover ben ik nog niet in het boek. Denk dat ik spelers de vragenlijst eens voorleg, dan weet ik gelijk wat voor vlees ik in de kuip heb.

https://www.surveygizmo.com/s3/4232520/gretchenrubinfourtendenciesquiz

Categorieën
Poëzie

Kooidier (vertaling Caged Bird)

Een vrij dier glijdt
op de rug van de wind
en afwaarts drijft
tot de stroming stopt
en dipt zijn wang
in ‘t oranje zonlicht
en waagt een eis op ‘t zwerk

Maar een dier dat stampt
door zijn nauwe kooi
kan zelden zien langs
zijn tralies van toorn
zijn vlucht gefnuikt en
zijn pas gestremd
dus hij opent zijn strot en zingt

Het kooidier zingt
met een bang getril
van onbekend
maar toch gewild
en zijn wijs verstaan
op het verre zilt
want het kooidier
zingt van vrijheid

Het vrij dier denkt aan nog een bries
en passaten zacht door het zuchtend bies
en het vet voer wachtend in een schemertuin
en hij noemt het zwerk van hem

Maar een kooidier gaf dat gedroom reeds prijs
zijn schaduw schreeuwt door een angstdroomkrijs
zijn vlucht gefnuikt en zijn pas gestremd
dus hij opent zijn strot en zingt

Het kooidier zingt
met een bang getril
van onbekend
maar toch gewild
en zijn wijs verstaan
op het verre zilt
want het kooidier
zingt van vrijheid

Het originele gedicht Caged Bird is geschreven door Maya Angelou. Inzending voor de wedstrijd Nederland Vertaalt van Verstegen & Stigter en het Prins Bernhard Cultuurfonds.