Categorieën
Columns

Compensatiemens

De wereld gaat naar de knoppen. We stoten CO2 uit in de atmosfeer. We dumpen plastic in de oceaan. We storten fijnstof uit over onze steden. En het lijkt er niet op dat daar, alle klimaatoverleggen ten spijt, heel veel aan gaat veranderen.

Natuurlijk, we doen al iets. Om het plastic afval aan te pakken worden flessen met statiegeld verkocht, worden producten steeds minder verpakt en worden biologisch afbreekbare varianten ontwikkeld. Om de CO2 in de lucht aan te pakken is er de CO2-compensatie. Voor een paar euro extra kun je dan de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld je vliegreis teniet doen. Hoe ze dat doen weet ik niet, misschien planten ze er een boom voor of laten ze een ton algen los.

Dit laatste bracht mij op het idee van de compensatiemens, want we kunnen alle hulp wel gebruiken om de klimaatdoelen te halen. Het idee werkt als volgt. Om de aarde een beetje leefbaar te houden wordt gesteld dat we onze ecologische voetafdruk moeten verkleinen. Maar eerlijk gezegd wordt dat wel een beetje saai: niet meer vliegen, twee minuten douchen met koud water en alleen nog vleesvervangers. Dat kan en wil niet iedereen.

Voor de mensen die dat sobere leven wel willen en kunnen ligt hier een kans. Bij elke aanschaf die de Grote Voeters – mensen met een grote ecologische voetafdruk – gaat een klein beetje geld naar de Kleine Voeters, ofwel de compensatiemensen. Op die manier krijgen zelfs de meest nutteloze mensen een betekenisvolle rol in onze maatschappij. Het geld dat zij krijgen is dan verdiend. Waarmee? Met niks doen. Met het niet kopen van dingen, met het niet reizen naar verre oorden en met het beteugelen van de drang om de wereld vooruit te helpen met weer een technische innovatie.

Hoe dit georganiseerd moet worden? Dat is helaas niet mijn expertise als gedachtenmakelaar. Dit leek me al wel een stuk praktischer dan statiegeld op baby’s.

Categorieën
Columns

Herdenken

Misschien moeten we het herdenken van de Tweede Wereldoorlog eens opnieuw overdenken, heroverwegen, herdenken. Waarom? Alleen al omdat het soms als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd dat we de vijf jaren die de Tweede Wereldoorlog duurde nooit mogen vergeten. De Westerse beschaving is namelijk ook te karakteriseren als een continue strijd tegen vanzelfsprekendheid, het zeker weten, tegen autoriteit. Het is een Westerse verworvenheid om te mogen twijfelen. Dus als iemand zeker weet dat we dit nooit mogen vergeten, dan is het zeker de moeite waard om daar eens bij stil te staan.

Laten we eens stilstaan bij het feit dat het ondertussen 71 jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog eindigde. In de tussentijd is de vooruitgang sneller en sneller gegaan. Ergens wringt het dat we dan toch nog stilstaan bij zoiets primitiefs. De vergelijking gaat niet helemaal op, maar het is alsof we een grote stammenstrijd van voor de geschiedenis herdenken. Nu kan ik me nog een veldslag herinneren tussen de aanhangers van twee voetbalclubs in een of ander weiland, maar een gevecht met knuppels komt over het algemeen niet meer voor. Waarom dan nog herdenken?

Laten we eens stilstaan bij het feit dat het herdenken een kader schept. Door de Tweede Wereldoorlog naar voren te blijven halen wordt ook een kader geschapen van goed en kwaad. De gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog fungeren daarin zo ongeveer als het uiterste van wat er mogelijk is aan slechtheid. Daarmee worden andere slechte zaken al gauw minder erg. Iets wat de kinderen van kort na de oorlog maar al te goed weten. De oorlog, dat was pas erg!

Zou het een teken van vooruitgang kunnen zijn als we de Tweede Wereldoorlog wel gewoon vergeten? Misschien heeft het wel hetzelfde effect, namelijk dat er nooit weer zoiets zal gebeuren als een wereldoorlog. Even heel overdreven, maar als we nou doen alsof iets als het bevuilen van de straat het ergste is wat er is (in plaats van oorlog), wie haalt het dan nog in zijn hoofd om een oorlog te beginnen?

Categorieën
Columns

Stratier

Onze Vlaamse zuiderburen hebben een prachtig woord voor een straathond. Honden waarvan het ras niet meer te herleiden is worden stratiers genoemd. Deze tekst is eveneens een bastaard, een hybride. De zinnen zijn verzameld langs de kant van de straat. In dit geval op een dag in Groningen in de Herestraat. Van passerende mensen is telkens een flard van een gesprek opgeschreven. Vaak lukt het net om één zin goed te verstaan voordat ze buiten bereik raken. Met deze verzameling zinnen die onderling geen enkel verband hebben, heb ik een dialoog gemaakt.

A: Die kop van m’n oma, ze wist niet wat ze zag
D: Dat snap ik wel een beetje
A: Toen was ik ook niet echt dik, maar wel dikker
D: Als het koud is, is het lekker
A: Ja lekker
D: In een oude omastoel zat ze te breien
A: Ik vergeet die dingen altijd
D: En toen zei ze tegen Sophie: “in welke klas zit jij?”
A: Ik denk dat het meisje nu net zo oud als Melle is

A: ah ah ah ah ah ah
D: Wat zeg je? Ik versta je niet zo goed
A: Hij staat daar gewoon
D: Ja dus euh…
A: Nee, maar goed, als je omhoog kijkt zoals hier
D: Oh daar
A: Hij zou dus gister weer komen
D: Je kunt er altijd een flesje parfum of zo euh…
A: Ik spreek hier toch niemand op straat aan
D: Het liefst wel, dat zou wel makkelijk praten zijn
A: Nee, laat hem maar
D: Net wat ik zei

A: Zullen we bij de Hema kijken?
D: Dat zal ik eens vragen
A: Sjonge jonge
D: Even hier zijn
A: Ik heb geeneens ontbijt gehad
D: Wat vind je van die taillebroek die ik heb? Beetje wijd?
A: Die jas is echt vét gaaf
D: Dat is mooi, maar heel veel mensen hebben geen geld
A: Dus ze verkopen weinig meer
D: Dat is ook echt zo
A: Nu ben ik 1.69

Herestraat, Groningen
Februari 2014

Categorieën
Columns

Stratier

Onze Vlaamse zuiderburen hebben een prachtig woord voor een straathond. Honden waarvan het ras niet meer te herleiden is worden stratiers genoemd. Deze tekst is eveneens een bastaard, een hybride. De zinnen zijn verzameld langs de kant van de straat. In dit geval op de laatste dag van Noorderzon 2013. Van passerende mensen is telkens een flard van een gesprek opgeschreven. Vaak lukt het net om één zin goed te verstaan voordat ze buiten bereik raken. Met deze verzameling zinnen die onderling geen enkel verband hebben, heb ik een dialoog gemaakt.

J: Harry!
H: Hé Jacob.
J: Waar heb je zin in, een ijsje?
H: Ik heb nog drie weken.
J: Blauw water?
H: Bijna afgelopen.
J: Daar kan ik echt van genieten.
H: Ik dacht ik wacht nog even een jaartje.
J: Wel in de zon he?
H: Ik zou gisteren eigenlijk al.
J: I do that.
H: Steeds onzekerder.
J: Hahahaha, ik ook binnenkort.
H: Hou op!
J: Doe niets.
H: Je weet gewoon, dit komt verkeerd over.
J: Trek je het nog? Ga maar even zitten.
H: Het is ook nog eens niet heel leuk.
J: Dat is heel grappig want dan kunnen ze op elkaar.
H: Er is een verschil tussen kennen en kunnen.
J: Iemand creatief dood maken heet dat.
H: Zometeen wil ik hem niet meer vasthouden.
J: Ik ben tenminste zo verstandig om mijn vingers niet tussen de mixer te doen.
H: Wat willen jullie dan?
J: Je hebt toch een tasje, doe het daar maar in.
H: Hij is geen dokter.
J: Hij lijkt er wel op.
H: Dat slaat nergens op.
J: Wat sta je mooi op de poster!
H: Tuurlijk niet.
J: [J]ij moet gewoon rust nemen.
H: Dat wel.
J: Kom je om etenstijd, half zes, zes uur.
H: Racist.
J: Tot zoooo.

Noorderplantsoen, Groningen
Festival Noorderzon 2013

Categorieën
Columns

Relaties

Een relatie beginnen is niet zo moeilijk, een relatie houden is de uitdaging. Net als andere zonen onthoud ik de dingen die vader zegt. Tot groot vermaak van medeleerlingen en een godsdienstleraar herhaalde ik eens zijn uitspraak over auto’s waar je toch ook eerst een proefrit mee maakt alvorens je tot de koop overgaat. Zijn stelling over relaties draag ik al lang met me mee. Het kleurde mijn wereld, bepaalde de uitdaging. Die uitdaging ben ik net als de filosoof des vaderlands René Gude meer dan eens aangegaan en inmiddels ben ik op andere gedachten gekomen.

Een relatie beginnen is inderdaad niet zo moeilijk. Er zijn zelfs Casanova Bootcamps om onbekwame mannen in te wijden in de edele kunst van het versieren. Het is het tweede stuk van de lijfspreuk waar ik mijn twijfels over heb. Elke relatie kun je namelijk net zo lang laten duren als je wilt, het hangt er maar net van af hoeveel je bereid bent te geven en te nemen. Mits je natuurlijk weet wat je moet geven en nemen, maar dat is een kennisprobleem.

Een relatie beëindigen is pas moeilijk. Daar ligt nog eens een uitdaging. Binnen een bondgenootschap van twee geliefden zijn er altijd wel problemen. Wie gaat wat geven en wie wat voor lief nemen? Maar problemen geven het leven wel een duidelijke richting want problemen zijn er om op te lossen. Ze zijn vaak concreet genoeg om te vertalen in duidelijke oplossingen waar je aan kunt werken. Stap je uit het verbond dan liggen er alleen maar kansen en die zijn lang niet zo dwingend als problemen. Kansen komen met duizenden tegelijk en er is geen directe noodzaak om ze te grijpen. Dat geeft veel onzekerheid, veel meer dan de problemen die al zo vertrouwd voelden. Dat maakt een relatie beëindigen vele malen moeilijker dan eentje houden.

Dat geldt voor mij tenminste. Ik geloof dat daar mijn uitdaging ligt, om de ander los te laten. Leven is loslaten zei iemand eens en dat klinkt wel haast net zo cynisch als ‘het leven is zinloos’. Toch zijn ze allebei waar, want niets blijft en de zin staat nergens geschreven. Wat wel blijft is facebook, e-mail en de telefoon. Ideale middelen om ons aan elkaar vast te klampen. Dat was in vaders tijd wel anders met één telefooncel in het dorp.

Categorieën
Columns

Aardbeving

Zo stevig als een huis. Vaste grond onder de voeten hebben. Twee gezegdes die in Groningen rap aan betekenis verliezen. Met elke aardbeving voelt men de grond onder zich wegzinken. Niet letterlijk, nog niet althans, maar figuurlijk. De Groninger die normaal niet van zijn stuk te krijgen is, is in beroering gebracht.

Als de grond al niet meer te vertrouwen is, wat dan nog wel? Op welke zekerheden valt dan nog te bouwen? Aardbevingen maken de filosoof in de mens wakker en de dominees. Vanaf menig kansel zal een preek hebben geklonken met de woorden vaste grond en aardbeving. Het enige vaste, zo zal het bruggetje wel zijn gelegd, is de liefde van God. Richt je daar op en je hebt niets te vrezen. Maar voor wie echt wakker is geschud is dat geen lapmiddel meer.

Een beetje schudden daar ligt de Groninger niet wakker van. Nee, het was het bericht dat er wel eens doden konden vallen bij aardbevingen die nog veel heftiger zullen worden. Een schuur is wel te repareren, maar sterven?! Toch vraag ik me af, is het niet een hele eer om te mogen sterven voor het land? Is het niet een waardig offer wetende te zijn gestorven voor een goede zaak. De goede zaak is in dit geval de gasopbrengsten, of meer tastbaar geformuleerd, het feit dat velen in warmte en welvaart kunnen leven.

Gevallen voor het vaderland. Het zou maar zo op een grafsteen kunnen staan straks. Niet de zerk van een uitgezonden militair, maar van iemand die zo dapper was om in Groningen te blijven wonen. Sterven voor ’s lands economie.

Minister Kamp bracht het mooi. Zittend op zijn steigerend ros, sabel in de hand en de blik op de horizon sprak hij begeesterende woorden die weerklank vonden in menig hart. Voor kas en koning, scandeerden de aanwezigen. De schilder Helmantel werkt op dit moment aan de vereeuwiging van het schouwspel bij de gasbel van Slochteren. Het zal op zijn tijd in het Rijks te bewonderen zijn onder de afdeling vroeg-eenentwintigste eeuwse economische offers samen met een portret van sns topman Sjoerd van Keulen gemaakt op zijn onderduikadres.

Wij sterven tegenwoordig nergens meer voor. Dat is iets voor derde wereld landen, voor landen waar onderdrukking heerst. Hier leven we lang, heel lang. Het is een beetje zoals Oscar Wilde al schreef en ik citeer hem vrijelijk: ‘tegenwoordig leven we langer en langer, maar waarvoor weten we hoe langer hoe minder’.

Categorieën
Columns

Overtollig

Boekenwinkels maken me altijd een beetje cynisch. Achter al die boeken gaan auteurs schuil die iets te melden hebben. Die vinden dat hun ideeën gelezen zouden moeten worden. Anders schrijf je geen boek, toch? Het is de enorme verzameling van boeken die mij doet geloven dat al die ideeën inwisselbaar zijn. Niettemin heb ik er laatst een boek gekocht. Ook een nihilist wil weten wat hij is en het liefst nog een beetje koketteren met die kennis. Daarom koos ik een werk van de Nijmeegse hoogleraar Paul van Tongeren over Nietzsche en diens idee dat Europa aan de vooravond staat van een nihilistische pandemie.

Van Tongeren schrijft dat Nietzsche graag las uit het werk van de Russische schrijver Ivan Toergenjev. Van de bibliotheek, nog een plek waar de titels rijen dik staan opgeslagen, maar nu is het de overheid die meent al dat gedachtegoed aan te moeten bieden, leende ik een verhalenbundel van Toergenjev. Ook een nihilist heeft zo zijn idolen. Een titel die dadelijk mijn interesse wekte was Dagboek van een overtollig mens. Kort daarvoor hoorde ik dat Europa zestien miljoen werklozen kent. Zestien miljoen overtolligen plus één, dacht ik toen, want ik sta nergens als zodanig geregistreerd.

Het verhaal viel een beetje tegen. Een persoon blikt terug op zijn leven en meent met een korte geschiedenis duidelijk te kunnen maken dat zijn hele leven zonder betekenis is geweest. Hij neemt daarvoor een liefdesaffaire waarin al zijn inspanningen tot niets leiden. Zij kiest voor een ander. Het verhaal dat ik zou schrijven zou overtuigender zijn geweest. Als er iemand overtollig is, dan ben ik het wel. Dat is een beetje de schuld van Nietzsche leerde ik uit het boek van Van Tongeren. Nietzsche en ik verschillen namelijk niet zoveel van elkaar, alleen was hij eerder klaar met zijn boeken. Mijn boeken zijn daarmee overtollig geworden. En om nu voort te borduren op zijn werk is ook zoiets. Daar zijn al boekenwinkels mee volgeschreven.