Categorieën
Columns

Begrafenis

Een echte begrafenis. Geen acteurs, geen boek, geen opname die je later op televisie ziet, maar nu, hier, echt en zij mogen erbij zijn. Helemaal zeker zijn ze daar niet van. In hun zakken zit geen toegangsbewijs, bonnetje of factuur en dat geeft toch enig voyeuristisch ongemak. Want hoe verkrijgt men anders toegang dan door entree te betalen? Zelfs onderbrekende reclameblokken zouden meer dan welkom zijn om de onzekerheid weg te nemen. Dan is er voor hen betaald en in ruil geven ze de advertenties enige aandacht. Klaar, helder, duidelijk.

Zo gewend aan betalen voor emotionele thrills  zoeken ze naar een andere grond voor hun aanwezigheid. Als het niet met geld kan, dan misschien met medeleven. Maar hoeveel medeleven is één begrafenis waard? Kunnen ze zoveel opbrengen? Dat zijn de vragen die door hun hoofd spoken. Overal is het merkbaar. In de zaal van de plechtigheid kijken ze voorzichtig om zich heen, spiedend naar een prijskaartje. Hoeveel tranen lopen er, hoe hard trillen lippen, hoe rood ogen ogen? Tijdens de receptie stellen ze vragen als ‘kende jij het lijk een beetje’ en antwoorden ‘het is een keer komen eten – en daarom mag ik hier zijn’.

Zo zat ik wat te mijmeren tijdens de uitvaart. Het hoefde allemaal niet waar te zijn, maar toen iemand nadien zei “jij had het ook moeilijk buiten he? Binnen ging het nog wel, maar buiten zag ik toch echt een trillend lipje,” wist ik dat niet meer zo zeker. Wel ging ik met een zuiver geweten naar huis wetende dat ik genoeg entree had betaald.

 

Categorieën
Columns

Artistiek

De kabinetsformatie is in volle gang en dat biedt kansen voor kunstenaars. In de Stadhouderskamer wordt de verdeling van gelden voor de komende jaren bepaald en daar is invloed op uit te oefenen. Die invloed krijgen wordt makkelijker als je niet alleen je hand ophoudt, maar ook iets te bieden hebt. De kunsten hebben koopwaar waar zelfs de meest doorgewinterde vvd’er oor voor heeft. De kansen liggen voor het grijpen.

De formatie gaat om groei, om werkgelegenheid, om winst, om concurrentie, om innovatie en vooral bezuinigen. Shakespeare kende in zijn tijd de Puriteinen die alle theaters lieten sluiten. In onze tijd worden veel gezelschappen opgedoekt, niet vanwege hun corrumperende invloeden, maar omdat ze geld kosten. En dat kosten ze omdat de opbrengsten niet in zijn geheel terugvloeien naar het uitvoerende gezelschap. Dat een directeur de deal van zijn leven heeft gemaakt met zijn gasten tijdens een uitvoering van Wagner zullen de uitvoerders niet aan de kassa merken. Net zo min als wanneer een ceo besluit een vestiging in Nederland te openen omdat er na werktijd nog zoveel meer te ontdekken valt. Geld verdienen is niet het enige in het leven – ook niet in het leven van ondernemers – en daar liggen de kansen voor de kunsten.

Een kabinetsformatie is alleen een vrij korte periode, ook daarna is enige invloed fijn. Daarvoor dien je wel een speler van formaat te zijn. Neem de wetenschap, die wordt zo hoog aangeslagen dat in de grondwet is vastgelegd dat zij, in de vorm van een Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de regering gevraagd en ongevraagd mag adviseren. Nu snap ik dat de prestaties van de kunsten niet zo denderend zijn als die van de wetenschap, maar waarom is er geen Artistieke Raad voor het Regeringsbeleid? Kunst en wetenschap worden toch vaak in een adem genoemd als de twee zijden van een medaille. De een probeert het leven te vatten in steeds nauwer sluitende definities, de ander probeert juist steeds te ontsnappen aan de verstikkende greep van het weten. Daarmee zou de ArtRR een mooie tegenhanger van de WRR kunnen zijn.

Voordat het echter zover is zullen de kunsten nog vaak hun hand moeten ophouden. En als je een keer wordt overgeslagen, ga dan niet roepen dat het onbegrijpelijk is aangezien je aan alle formele voorwaarden voldeed. Dat is zo’n begrijpelijke reactie. Doe eens iets onbegrijpelijks. Iets dat ze hun hele leven zullen herinneren. Misschien iets als een paar topstukken uit de Kunsthal kidnappen? Lijkt mij een mooie manier om de begroting weer sluitend te krijgen.

Geschreven voor Dumpjekunst.nl

Categorieën
Columns

Nietsen

Maandag 12 oktober2020 om 13.00 uur de eerste pilot voor NIETSEN.

Niets doen, het lijkt zo makkelijk, maar dat is het niet. In deze tiendaagse cursus legt u de basis voor het niets doen. Of u nu een leven lang niets wilt doen, of gewoon af en toe, de cursus is een must voor iedereen die moeite heeft met niets doen. De cursus bestaat voor ongeveer de helft uit oefenen in niets doen. Daarnaast wordt stilgestaan bij Westerse normen en waarden, uw eigen ideeën over niets doen en bij de lichamelijke ontwenningsverschijnselen. Vragen die aan de orde komen zijn: waar komt het idee van altijd maar iets moeten doen vandaan? Op welke subtiele manieren komen we het tegen in onze maatschappij? En hoe kunt u het voor uzelf goedpraten dat u niets doet? En voor uw omgeving? Aan het einde van de cursus bent u gewapend met een verhaal dat zelfs uw meest hard werkende tegenstander de mond snoert. Ook bent u in staat uzelf te corrigeren wanneer u in oude patronen terugvalt.

Uw docent is Jasper Vos. Hij specialiseerde zich in het niets doen tijdens zijn tweejarige sabbatical. Het begon klein met een uurtje niets doen en langzaam werd dit langer en langer. Over het hele proces waarin hij zich ontdeed van het doen schreef hij het boek ‘Ontdoe!’. Jasper toont zich daarin een ware observator van het innerlijke leven waarin de schaamte over het niets doen, de drang om te presteren en de behoefte aan erkenning met groot doorzettingsvermogen worden overwonnen. Eenmaal bevrijd van deze culturele bagage leeft hij het leven dat hij wil leven. Een leven waarin niets doen een belangrijke plaats inneemt, maar lang niet het enige is. Zo geeft hij cursussen niets doen om de wereld een beetje mooier te maken. De wereld heeft namelijk dringend behoefte aan mensen die kunnen nietsen.

Opgave kan door middel van een e-mail naar jasper@jasperswereld.nl. De kosten voor deze unieke cursus bedragen 2250 euro per persoon, exclusief btw, inclusief overnachtingen op een eigen kamer, drie maaltijden per dag. De cursus vindt plaats op een nader bekend te maken resort. Het aantal deelnemers is beperkt tot 15.

 

Categorieën
Columns

Rellen

Het was niet mijn beste dag. Dat geef ik gelijk toe. De hele aanloop met journaalberichten, gedrukte t-shirts en filmpjes maakte dat ik er zin in had. Een gemoedelijk en spontaan feestje in Haren. De eerste van zijn soort in Nederland en ik zou er bij zijn. Het was immers op steenworp afstand van waar ik woon. Het begon gemoedelijk maar tegen negenen sloeg het om en ik ook.Rellen

Mijn hele leven ben ik trots geweest op mijn aanleg om groepsdruk te weerstaan. In groepen heb ik altijd mijn eigen koers gevaren. Nooit gerookt, nooit drugs gebruikt, nooit vernielingen gepleegd, en ook nooit bang geweest mijn mening te behouden. Eén van mijn principes was zelfs om rokende meisjes links te laten liggen. Nooit zou ik een meisje vragen dat zich gewonnen had gegeven aan de ‘wil je ook eentje?’. Roken beschouwde ik als een uiting van zwakke wil.

Toen in Haren echter de eerste stoeptegels werden losgetrokken. Voor ik er erg in had omklemden mijn handen het koude, gruizige steen. De worp aanzettend spande mijn rechterarm zich achterwaarts. Van een walging die de boel nog had kunnen redden was geen sprake, dat stadium had ik allang doorlopen. Elke kans op een ervaring moet je aangrijpen is mijn devies geworden. En om nog even op Sartre door te gaan, hoe zou je anders kunnen kiezen voor wie je wilt worden als je niet alles uitprobeert? Nog zoiets dat ik vroeger verachtte: mensen die uit waren op ervaringen van kicks en thrills. De sensatiezoekers die gingen bungee jumpen, in achtbanen stapten en partydrugs slikten. Voor dat soort dingen ben ik nog steeds te bang, maar een beetje anoniem meerellen ging me gemakkelijk af. Ik liet me meevoeren met de heersende stemming.

Wat is er nog over van mijn oude zelf vraag ik me weleens af. Lang heb ik het idee gehad nog steeds dezelfde ik te zijn als het jongetje in groep 6. Het beeld van mijzelf als autonoom wezen heb ik ondertussen wel failliet verklaard. Het is gewoon geen doen om voor alles verantwoordelijkheid te nemen. Ik maak niet alle beslissingen meer, ik laat me graag meevoeren met de heersende stemming. Wat ik bedoel kent iedereen. Het is de extase die je overkomt wanneer je in een stadion met duizenden anderen een wedstrijd volgt. De extase die je het gevoel geeft van iets groters deel uit te maken en die er voor zorgt dat je uitbundiger reageert dan dat je thuis alleen op de bank zou doen. We hebben allemaal die ontvankelijkheid voor de heersende stemming. We zijn alleen getraind om die te negeren en zelf te bepalen hoe we handelen. Ik in ieder geval wel. Een kleine erfenis van Kant en consorten.

En dan te bedenken dat mensen wel eens vragen wat je nu aan filosofen hebt! Filosofen maken alles mogelijk. Dat doen ze door nieuwe fundamenten te maken waar al het andere op gebouwd is. Die gebouwen zien de mensen wel, het fundament ziet bijna niemand. Het is bijvoorbeeld niet altijd zo geweest dat mensen dachten zelf de controle over hun leven te hebben. In de middeleeuwen was het rad van de god Fortuin een bepalende factor in het leven. Nog eerder waren het de Grieken die een hele berg goden hadden, elk met zijn eigen invloed. Van een ik kon nauwelijks sprake zijn.

Welke god mij te pakken had weet ik niet. Mocht de lange arm der wet me nog te pakken krijgen dan heb ik iets uit te leggen. Dan zou ik beginnen met de vraag waarom niet? Waarom zou je niet gaan rellen? Ethiek bestaat niet en alles is geoorloofd is een veel gehoorde kreet. Persoonlijk houd ik er een iets andere ethiek op na. Alles mag waar je mee weg kunt komen. Ik geloof dat ik er mee weg ben gekomen.

Categorieën
Columns

Gedachtegoedmakelaar

Zoals een vastgoedmakelaar thuis is in de markt van woningen en panden, is de gedachtegoedmakelaar thuis in de markt van visies en denkbeelden. En net zoals een vastgoedmakelaar kan helpen wanneer vastgoed niet meer voldoet, zo helpt de gedachtegoedmakelaar iemand aan nieuwe perspectieven wanneer de huidige zijn versleten. Aangezien we leven in een wereld die sneller en sneller verandert, kan het niet anders dat die ook aan hevige slijtage onderhevig zijn. Ik zag het al helemaal voor me: Jasper Vos gedachtegoedmakelaar. Gesprekken met ondernemers over nieuwe visies om markten te veroveren, met beleidsmakers om out of the box te gaan en met mensen om eens anders naar het leven te kijken. Prikkelen, uitdagen en nieuwe paden ontdekken, mij lijkt het wel wat.

Het zal wel nooit een succes worden. Gedachtegoedmakelaardij is namelijk het moeilijkst te verkopen product. Eeuwen geleden schreef de filosoof Descartes al dat van alles wat mensen bezitten, verstand het best verdeeld is. Al was het maar omdat iedereen vindt dat hij of zij er genoeg van heeft gekregen. En kom dan maar eens met je product om mensen met hun gedachten, hun denken te helpen. Dat wordt lastig. En wanneer ben je toe aan nieuw gedachtegoed? Bij vastgoed merk je het aan een gebrek aan ruimte of functionaliteit, maar bij gedachtegoed? Misschien geldt wel hetzelfde. Gedachtegoed is versleten als het begint te knellen of als het niet meer functioneel is.

Functioneel gedachtegoed, dat begrip was nog niet op het web gepubliceerd volgens Google, is ook een mooie term en als er iets niet functioneel is, dan is het wel denken dat je geen hulp nodig hebt bij je denken. De gedachtegoedmakelaar is een getraind denker en kan op zijn tijd de nodige hulp verlenen. Op zijn tijd, hij hoeft natuurlijk niet altijd mee te denken. Heel veel kunnen we zelf, maar als het echt goed moet, schakelen we een professional in. Zelf een huis bouwen doen de meesten ook niet. De gedachtegoedmakelaar is die professional die helpt om gedachten te ontwikkelen, te ordenen en met elkaar te verbinden. En als gedachten bij elkaar komen, dan kunnen de mooiste dingen gebeuren. Van ontdekking tot patent en van succes tot geluk.

Ik geef gelijk toe dat mijn pessimisme over het slagen van dit idee weinig functioneel lijkt, maar misschien dat iemand me kan overtuigen dat het anders zit. Tot die tijd blijf ik denken dat het idee geen succes wordt. Dat scheelt mij een hoop werk en vanuit mijn perspectief is dat bijzonder functioneel.

Categorieën
Columns

Regels

Als je ergens goed in wilt zijn heb je regels nodig. Dat is per definitie waar. Zonder regels kun je niet weten of je iets goed doet. Zonder regels zou je bijvoorbeeld niet kunnen weten wanneer je een punt hebt gemaakt met tennis. Het zijn de regels die je vertellen wat geldt als een punt en wat niet. Een bal die buiten de lijnen pas de grond raakt, levert niets op. Een bal binnen de lijnen levert een punt op mits je tegenstander hem niet kan retourneren. Zo zijn de regels. Een goede tennisser maakt veel punten en de wereldkampioen tennissen maakt de meeste punten van allemaal.

Een kenmerk van onze tijd is dat er steeds meer regels bij komen. De digitale wereld helpt daar enorm bij. Duizend jaar geleden had de mens niet zoveel regels en dus ook niet zoveel mogelijkheden om ergens goed in te zijn. Natuurlijk nog steeds veel, maar de regels van twitter, facebook, popmuziek, zoekmachineoptimalisatie, asfalt leggen, metrolijnen, alle games enzovoort bestonden nog niet. En al die nieuwe regels hebben een enorme aantrekkingskracht op mensen. Curling vind ik altijd een goed voorbeeld. Niet zo heel lang geleden een volstrekt onbekende sport en nu olympisch met amateurteams op alle ijsbanen. Mensen zijn dol op regels. Hoe meer regels, hoe meer kans om ergens in uit te blinken.

Als je leeft zonder regels kun je nooit ergens goed in zijn. Iemand zei ooit dat hij zonder regels leefde en als het bovenstaande waar is, kan hij dus nooit ergens goed in zijn. Het enige wat hem rest is het zijn. Gewoon er zijn, je ding doen zeg maar. Wat een rust moet dat geven. Nooit zorgen over of je het wel goed doet. Nooit geen gevoelens van minderwaardigheid. Een zegen. Die rust valt trouwens nog te bezien want als er iets is wat mensen graag doen dan is het regels opleggen aan anderen. Is het niet bij wet, dan wel bij vertrokken gezichten. Bij het Van Dam-orgel waar ik in mijn jeugd veel op heb mogen oefenen hing een tegeltje met de rake spreuk “men maakt regels voor anderen en uitzonderingen voor zichzelf”.

Wat heb ik daar veel geoefend om een goed organist te worden. Het heeft niet geholpen. Wat ik dan ook beter had kunnen doen was om de regels naar mijn hand te zetten. In plaats van de regels van het vak te volgen, nieuwe regels maken. Regels die ik wel kon naleven, naspelen is misschien een beter woord hier, zodat ik toch goed zou worden. Maar dan was ik de enige die volgens die regels speelde. Dat geef ik toe, maar dat zou nooit lang hebben geduurd, want als er iets menselijks is dan is het dat ze samendrommen om nieuwe regels. Curling, weet u nog?

Had ik dat gedaan, dan was ik een goed organist, of orgelist zoals dat in Sweelincks tijd ook wel heette, in mijn eigen stijl geworden. Misschien bent u een goed kunstenaar in uw eigen stijl geworden. Sorry als ik dat nu opeens niets meer lijkt voor te stellen. Maar u vond het waarschijnlijk toch al niets voorstellen, u deed gewoon uw ding en werd opgemerkt door anderen. Voor iemand die iets kan is het altijd verbazingwekkend dat anderen het niet kunnen. Het is toch zo makkelijk? Maar érgens goed in zijn, is één ding. Helemaal goed zijn is iets anders. Wie stelt daar de regels nog voor op?

Categorieën
Columns

Tempo

De batterijen van de klok die zo fier boven de dominee aan het einde van de lange tafel pronkte hadden ze eruit gehaald. Het tikken zorgde voor veel verwarring bij de taak die ze zichzelf hadden gesteld. Alleen het licht dat door de gekleurde glas-in-loodramen naar binnen viel zei dat het nog geen ochtend was. Het was de voltallige kerkeraad nog niet gelukt om eenstemmig een nummer op de cd te kiezen. Per aangetekende brief hadden ze de organist gevraagd een cd samen te stellen met varianten van één gezang en één psalm. De verschillende varianten dienden alleen te verschillen in tempo, meer niet. De organist had er zorg voor gedragen om steeds met een andere stand op de metronoom te spelen en de opnames niet in op- of aflopend tempo op de cd te zetten. Ook had hij geen metronoomgetallen bij de nummers gezet. Zo konden vooroordelen of persoonlijk geliefde metronoomgetallen niet leiden tot een vertekend resultaat. Het juiste tempo zou zich vanzelf openbaren. Het zou bij een ieder binnen komen en aanzetten tot vreugdig neuriën, zoals een draaiend tandwiel een ander in beweging zet op het moment dat ze in elkaar grijpen.

Die openbaring liet alleen lang op zich wachten. Ondertussen waren ze begonnen om de cd voor de vierde keer af te spelen. Het eerste nummer kon zuster De Vriesch goed bekoren. Als vanzelf deinde haar hoofd mee op de maat en neuriede ze dapper mee met het lied dat haar in haar jeugd, toen haar stem krachtiger was, zoveel vreugde had geschonken. Zuster Geertsen wilde aan dat plezier niets af doen, maar vond dat dit tempo de gemeente nooit in vervoering kon brengen en dat was toch de bedoeling van het zingen. Nee, het moest plechtiger. Het tweede nummer kon haar evenmin bekoren. Dit tot grote teleurstelling van broeder Van der Linde. Gewend om te staan als hij het woord voerde, torende hij boven zuster Geertsen zijn smeekbede uit. Hij was dan van eenvoudige komaf, maar de Here had hem een talent van redevoeren meegegeven dat op de kansel niet zou misstaan. Met hoge en lage stem deed hij verslag van de bergen die dit tempo in hem deed bewegen. Het hielp niet. Om hem toch tegemoet te komen zei zuster Geertsen dat het net, maar dan ook net, iets langzamer had gemoeten. Dan was het waarlijk perfect.

De groep slaakte een zucht van verlossing. De meesten waren ondertussen bereid water bij de wijn te doen en zich te schikken naar een stemming bij meerderheid. Zuster Geertsen die steeds vasthield aan een unaniem besluit leek nu tevreden te kunnen worden gesteld. Ze kwamen er wel.
“Zuster Geertsen, met uw toestemming zal ik de organist vragen om nog een aantal opnamen te maken. De tempi die hij dan zal kiezen zullen net iets langzamer zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we dan een tempo hebben dat we allen kunnen waarderen.” De dominee keek rond langs instemmend knikkende gezichten. “En zou u kunnen zeggen hoeveel langzamer het moet?”
“Ietsje, echt ietsje.”
“Ja, maar hoeveel is ietsje?”
“Hoe bedoelt u dominee?”
“Kunt u het in tellen per minuut uitdrukken?”
“Nee, maar ongeveer zo,” en ze zong het psalm in haar tempo.
Broeder Klei riep “Wacht! Ik pak een metronoom!” Hij constateerde “ergens tussen 66 en 68 tellen per minuut zit het tempo dat u nu zingt.”
“Mooi, dan vraag ik de organist nummers in te spelen op tempi’s daartussenin.”

En zo zit de organist nu thuis het honderdachtste psalm in te spelen op de aangegeven tempi.
“Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid.
‘k Zal zingen voor den Opperheer;
‘k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op; dat niets uw klanken stuit’;
‘k Zal in den dageraad ontwaken,
op’t juiste tempo God genaken.”