Het laatste koor van Kloosterburen

Jelle vroeg mij of ik wilde invallen als cantor van de Rooms Katholieke kerk in Kloosterburen. Hij wilde graag een aantal weken naar Afrika. “Als jij naar Afrika gaat, neem ik het koor van je over,” zei ik in het volste vertrouwen dat Jelle nooit naar Afrika zou gaan. Hij ging toch en zo reisde ik in de laatste weken van 2011 twee keer per week naar Kloosterburen. Een keer voor een repetitie en een keer voor een mis. Huiverig voor wat ik aan zou treffen nam ik plaats achter het orgel. De ervaringen die ik had met gemeentezang bleken hier echter niet op te gaan en voor het eerst begeleidde ik ontspannen. Het koor zong gemakkelijk en al wat ik hoefde te doen was een hoorbaar fundament neerleggen. Omdat de afstand tussen koor en mij zo klein was, kon elk probleem gelijk gladgestreken worden. Met plezier deed ik wat ik Jelle beloofd had.

Op één van de terugreizen kwam een idee in me op: Het laatste koor van Kloosterburen. Het klonk als een titel van Geert Mak. Daar wilde ik meer mee doen, een tijdsdocument maken. Een document van hoe het is om tegen alle stromen in – want de dorpen krimpen en het geloof neemt af – te blijven zingen. Het mocht niet gebeuren dat later niemand meer weet hoe het was om in het koor van Kloosterburen te zingen. Daarvoor vond ik het te bijzonder zoals de mensen week in, week uit hun ding doen. Met opgewekt gemoed welteverstaan. Geïnspireerd door het koor las ik later het boek ‘Moederkerk’ van Jos Palm waardoor ik een beter begrip kreeg van de Katholieke cultuur en herkende ik veel van de positieve energie die Palm beschrijft.

Het is nog niet compleet. De verhalen die bij de attributen horen, elk koorlid is gefotografeerd met een persoonlijk attribuut, zijn bijvoorbeeld nooit opgetekend. Net als de vele verhalen die in het koor rondzingen.