Categorieën
Columns

Kermis

Dat de club vanmiddag heeft verloren deert hem niet meer. Net zomin als het veel te kleine huis dat hij nog kan aanhouden en zijn veel te magere gezondheid. De wanorde thuis en het drinken in de kroeg hebben hun sporen achtergelaten. Diepe groeven trekken er al door zijn grauw gelaat. Toch is het nog in staat om iets van de ontroering die door zijn gemoed stroomt te tonen. Die uitdrukking gaat volledig voorbij aan zijn zoontje die hard sturend de vastgeklonken weg vervolgt in de politieauto. Die hoort alleen papa´s aanmoedigingen. “Mooi hè! Hard sturen jongen!” Ook de rauwheid van zijn stem valt de jongen niet op en hoort alleen zijn vader. Bij het insturen van de laatste bocht voor de tunnel, kijkt zijn zoontje om. Het uitgelaten, gave gezichtje met de blonde haren kijkt hem aan en ziet niets anders dan zijn vader. Tegelijkertijd ziet hij niets anders dan wat nu voor hem de wereld is. Al het andere deert hem niet meer. Het komt er nu op aan zijn zoon een onvergetelijke ervaring te bezorgen op de kermis.

Of eigenlijk komt het er op neer dat hij zijn herinnering aan zijn eigen eerste kermis levend wil houden, aan de onbekommerdheid, om daarmee de hoop levende te houden. Elke dag en elke slok neemt van hem een stukje van zijn onbekommerdheid. Het begrip dat hem vroeger zo helder voor ogen stond, slijt steeds verder uit zijn wereld. Er zal een dag komen dat hij niet meer weet wat het is om vrij van zorgen te leven en zich bij elke poging om er een voorstelling van te maken radeloos tot zijn zoontje zal wenden om enkel te zien hoe ook die volwassen is geworden.

Het felle licht van de lentezon maakt dat de ogen van het blonde ventje zich toeknijpen. Nog steeds heftig sturend komt die vanuit de tunnel de wereld weer in, zijn vaders wereld. Na een paar meter houdt het karretje halt en verraden de tranende ogen dat het het laatste ritje is geweest. Zonder tegensputteren en met rode ogen loopt het jochie aan zijn hand met hem verder. Langs het reuzenrad, langs de octopus, langs al het andere dat nog veel te eng is. Bij het laatste kraampje koopt hij een suikerspin die alles goedmaakt. Hij eet er niet van. Hij weet hoe het enorme web in zijn mond tot een klein bolletje wordt teruggebracht dat vervolgens smaakloos smelt op zijn tong, net genoeg achterlatend om één keer te slikken. Slikken en weer doorgaan zei zijn vader altijd. Ze lopen verder.

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.

Door Jasper

Jasper studeerde filosofie in Groningen. Sinds 2008 schrijft hij columns, gewoon om zijn pen te proberen. Hij wordt wel eens de nieuwe Martin Bril genoemd. Ook bij Jasper is het alledaagse terug te vinden. Zijn columns verschijnen ook op dumpjekunst.nl en eerder bij kvk netwerk, cnv zelfstandigen en snelafstuderen.nl. Een thema dat in veel columns op één of andere manier terugkomt, is de onttovering van zijn wereld.