Categorieën
Columns

Geweest

Het is altijd inhouden wanneer hij over de lange dijk rijdt. Zoveel harder zou hij kunnen als er geen regels waren. De auto onder zich is niet van het type dat hem zo lang voor ogen had gestaan, eerder van het type waar hij nog niet dood in gevonden had willen worden. Op zijn hoofd staat een beige petje met elkaar kruisende strepen. Dat petje heeft hij al jaren. Gekocht ooit van het geld dat zijn bijbaantjes opleverden. Dat waren de vette jaren. Nog goed zichtbaar overigens. Het is niet moeilijk om in het gezicht de student te herkennen. De lange krullerige haren, de volle wangen over de jukbeenderen en de vloeiende overgang van kin naar hals verraden de student. Dat is hij alleen allang niet meer.

Het kwam langzaam. Alsof een dikke zeug langzaam op hem kwam liggen, hem dieper en dieper deed wegzinken totdat ademhalen niet meer mogelijk was. Toen was het al te laat. De meeste van zijn vrienden hadden al emplooi gevonden. Niet allemaal hadden ze gekregen wat ze ooit voor vanzelfsprekend hielden, maar het waren niet de minste banen. Sommigen hadden een gezin gesticht en ook die waren niet allemaal perfect, maar toch. Zij hadden de volgende stap gezet. Hij is onderweg naar iets. Naar wat weet ik niet, ik zag hem ook maar voorbijkomen.

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.

Categorieën
Columns

Holte

“Ik wil de emotie die een verhaal oproept overbrengen, zonder het verhaal letterlijk te vertellen – dat is namelijk saai.” Francis Bacon

Daar sta je. Elke maandagochtend weer. Alleen. Omringd door vier wanden en het prijzige etenswaar heb je net genoeg ruimte om een halve stap te zetten. Reizigers dienen zich aan bij de doorzichtige wand met uitsparing en spreken hun wensen jouw kant op. De talige uitdrukkingen hoef je niet te begrijpen, je hebt als in een Chinese Kamer geleerd de juiste responsen te geven. Beheerst grijp je naar de repen, koeken en dranken. Routineus haal je de waren langs de scanner en als vanzelf zoeken je ogen de ogen van de ander wanneer je het voedsel aanreikt. Zou de ander ook zo schrikken wanneer zijn blik de jouwe kruist?

Je huisje staat als een eiland in een stroom van reizigers. Het splijt de stroom in tweeën. Links en rechts passeren dichte drommen mensen. Zij kijken vooruit, staan op tijd, hebben geen tijd en in zekere zin zijn ze de tijd: de tijd die aan jou voorbij gaat. Het lijkt je niet te deren. Je gezicht verraadt althans niets. Helemaal niets. Het is een lege blik die de wereld in kijkt. Een blik in een gezicht dat gedragen wordt door een lijf dat daar toevallig lijkt te staan.

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.

Categorieën
Columns

Kermis

Dat de club vanmiddag heeft verloren deert hem niet meer. Net zomin als het veel te kleine huis dat hij nog kan aanhouden en zijn veel te magere gezondheid. De wanorde thuis en het drinken in de kroeg hebben hun sporen achtergelaten. Diepe groeven trekken er al door zijn grauw gelaat. Toch is het nog in staat om iets van de ontroering die door zijn gemoed stroomt te tonen. Die uitdrukking gaat volledig voorbij aan zijn zoontje die hard sturend de vastgeklonken weg vervolgt in de politieauto. Die hoort alleen papa´s aanmoedigingen. “Mooi hè! Hard sturen jongen!” Ook de rauwheid van zijn stem valt de jongen niet op en hoort alleen zijn vader. Bij het insturen van de laatste bocht voor de tunnel, kijkt zijn zoontje om. Het uitgelaten, gave gezichtje met de blonde haren kijkt hem aan en ziet niets anders dan zijn vader. Tegelijkertijd ziet hij niets anders dan wat nu voor hem de wereld is. Al het andere deert hem niet meer. Het komt er nu op aan zijn zoon een onvergetelijke ervaring te bezorgen op de kermis.

Of eigenlijk komt het er op neer dat hij zijn herinnering aan zijn eigen eerste kermis levend wil houden, aan de onbekommerdheid, om daarmee de hoop levende te houden. Elke dag en elke slok neemt van hem een stukje van zijn onbekommerdheid. Het begrip dat hem vroeger zo helder voor ogen stond, slijt steeds verder uit zijn wereld. Er zal een dag komen dat hij niet meer weet wat het is om vrij van zorgen te leven en zich bij elke poging om er een voorstelling van te maken radeloos tot zijn zoontje zal wenden om enkel te zien hoe ook die volwassen is geworden.

Het felle licht van de lentezon maakt dat de ogen van het blonde ventje zich toeknijpen. Nog steeds heftig sturend komt die vanuit de tunnel de wereld weer in, zijn vaders wereld. Na een paar meter houdt het karretje halt en verraden de tranende ogen dat het het laatste ritje is geweest. Zonder tegensputteren en met rode ogen loopt het jochie aan zijn hand met hem verder. Langs het reuzenrad, langs de octopus, langs al het andere dat nog veel te eng is. Bij het laatste kraampje koopt hij een suikerspin die alles goedmaakt. Hij eet er niet van. Hij weet hoe het enorme web in zijn mond tot een klein bolletje wordt teruggebracht dat vervolgens smaakloos smelt op zijn tong, net genoeg achterlatend om één keer te slikken. Slikken en weer doorgaan zei zijn vader altijd. Ze lopen verder.

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.

Categorieën
Columns

Zun stopt nait veur die

Op alle doagen komt zun op, dat gait al tiedenlaang zo, moar der bin doagen dat t liekt alsof ze specioal veur die opkomt. Den wordst wakker mit n licht in koamer dat zo zacht, zo warm is das ter wel oet most springen om al dien plannen dai hest veur de dag woar te moaken.

T was op zo’n mörgen dat Geert langzoam wakker werd. Hai draaide zich op rug, trok zien deekens zo hoog op dat vouten bloot kwam te liggen en zag dat aan t voutenend zien toonen al aan t beweegen waren. Zien toonen golfden doar aan t èn van ber hinneweer als de pooten van n miljounpoot. Alsof ze hom zo te bèr oet zollen droagen. “Wat beweegt mien toonen toch om zo te beweegen?” doacht Geert dij zich bie t kieken òfvroug wel zien toonen aanstuurde. “Straks bin t mien bainen, mien ármen en mien halle lief dai rezelvaaiern om d’r zulf moar n draai aan te geven.” Dizze gedachte was veur hom zo eng dat e zien aigen wil mit kracht over t lief deed gelden. Hai stond op. Nou dee Geert nait veul mit zien leem, moar hai wol toch wel dat hij t zulf was dei d’r niks van bakte. Da was zien ainigste trots nog, dat hai t zulf was.

Annoarie weg laip e noar keuken om t mörgeneten kloar te zetten. “Wel potverdendonder,” fluusterde hai zachtjes bie homzulf. “Nou stai k ja alweer in keuken en ken mie d’r niks van herinneren da’k toonen, bainen of wat dan ook moar opdracht heb geven om mie hier te brengen!” Woar e wel was mit kop wiz e ook nait meer. Programma’s op buuz van gusteroavend was e alweer glad vergeeten en rest van gustern had ook nait zo’n indruk op hom moakt dat dat zien gedachten in beslag nam.

Veur de rest har Geert ook niks om over noa te denken. Alles ging ja zoals t ging. Moar nou zien toonen hom dizze mörgen luchteg touzwaaid hadden en hai op weg noar keuken nait wis dat e noar keuken ging, of aigenlieks, vroug e zich nou of, aigenlieks wiz gainains meer of hai d’r wel waz toun hai noar keuken laip, “meschain slaip ik nog wel” doacht e, nou begon t hom te jeuken.

Jeuk kwam van binnenoet en d’r was nait tegen te krabben. Hai zol nait ains waiten woar e begunnen mos mit krabben. Zo’n jeuk had e nog nooit had. Het begon woarempel bie zien toonen, alsof dei toonen aigenliek zeggen haarn willen dat t veurbie was mit zien dictatuur en zai t nou, soam mit de rest van zien lief, wel zellen bepoalen. Jeuk kroop op noar kneien, schoot deur noar zien lief, noar borst, hals en kop. Hai greep zien kop vast met baide handen en geliek toun e dat doan haar schoot t hom deur kop dat zien handen eerder bie kop waarn dan dat hai opdracht geven haar. “T zel wel n reflex wezen” kon e nog denken, moar dai gedachte werd al snel verdreven, ja zo voulde t: zien aigen gedachten werden verdreven, wegjoagd deur andere woarvan e nait t idee haar dat ze van hom waarn. Jeuk had zich bliekboar nou ook al kop nestelt.

Zun was ondertussen weer langs heur gebrukelke weg noar boven kroopen. ’t Leste beetje dauw verdampte rustig. Doar was gain hoast bie. Dauw kon wel sneller willen, moar had zich te vergoeien mit regels dai God t woater oplegd haar. Ook vogels deden wat ze altied deden in t veurjoar en t gras in zien toendje gruide bienoa zienderoogen. En zo ging boeten alles zoals t ging.

Binn’n ging nait alles zoals t ging. Vanoet toen kon je Geert zain stoan in keuken. Doar stond e nog altied mit kop in handen. Hai stond stokstief. Dat gaf hom nog t gevuil dat hai t was dai t deed, moar jeuk wer nou onverdroaglijk zodat e wel springen en roupen mos. Vieftig joar hadde nait zo gek doan als nou. Vieftig joar hadde nimmer de behuifte om mit pannen en potten lawaai te moaken. Nou was t alsof toonen de dainst oetmoakten en toonen wollen lawaai moaken. Hai zag dat zien handen geheur gaven aan dai oproup. Hai haar d’r niks meer over te zeggen, kon allennig toukieken vanoet t leste bastion dat e nog bezat.

Aan ’t end van n biezondere, drukke dag ging Geert weer noar bér. Geert kon zich ofvroagen of hai t werklijk was dai noar bér ging want zo vuilde t nait veur hom, moar t was zinloos om te protestairen. De gewoontes dai hai meende geleefd te hebben, leefden nou hom. Zien lichoam had ze aigen moakt en hai kon enkel stellen dat t lichoam hom zuuver noadeed, moar hai deed t toch laiver zulf. Hai koesterde hoop dat t de volgende mörgen wel weer over zol weezen.

Geert werd weer langzoam wakker. Draaide zich weer op rug, trok deekens op en zag zien toonen. Het was hom lukt om t leste bastion ook in zien sloap veur zich te holden, want hai wiz dat hai t was dai toonen zag. Toonen deeden echter t zulfde dansje als guster. En ook dizze dag deed Geert wadde altied deed. Hai stond op, laip noar keukn en smeerde zien broad. ’T ainige oeterlijke verschil was dat e zo nou en den oetspatten had en dei bleven nait bie sloan op potten en pannen allain.

(inzending Grunneger Schriefwedstried 2009/Groninger Schrijfwedstrijd 2009)

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.