Categorieën
Columns

Filosofie

Regelmatig krijg ik de vraag voorgelegd ‘wat is filosofie?’ Welnu, de filosofie is goed te vergelijken met het kind dat voortdurend vragen stelt. Het is niet moeilijk om een voorbeeld te bedenken want iedereen kent die vragen. Een voorbeeld:

Kind “Mam, wie brengt de post rond?”
Moeder “Dat doet de postbode.”
Kind “Waarom doet de postbode dat?”
Moeder “Omdat dat zijn werk is”
Kind “Waarom werkt ie dan?”
Moeder “Iedereen moet werken”
Kind “Waarom?”

U kunt zich voorstellen dat deze dialoog eindeloos doorgaat. Hoe verder het kind doorvraagt, hoe moeilijker het voor de moeder zal zijn om antwoord te geven. Waarom moet iedereen eigenlijk werken? En hoe is die stelling te rijmen met kinderen die (nog) niet hoeven te werken? Blijkbaar zijn er uitzonderingen bedacht op de regel dat iedereen moet werken. Hoe zit het dan met die uitzonderingen, welke regels gelden daarvoor? Enzovoort, enzovoort.

De filosofie stelt ook voortdurend vragen. Het verschil met kinderen is dat een kind de vragen stelt om voor het eerst een begrip te ontwikkelen van de wereld terwijl de filosofie de vragen juist stelt om het huidige begrip van de wereld aan de kaak te stellen. Met de wereld bedoel ik hier eigenlijk alles. Bijvoorbeeld hoe de natuurwetten in elkaar zitten, de wetten van een land en welke wetten iemand zichzelf oplegt.

Een ander verschil met kinderen is dat de filosofie op een gestructureerde manier te werk gaat. Hier speelt de logica een belangrijke rol. De rol van logica is echter betrekkelijk omdat ook deze tak van de filosofie geen eeuwige waarheden kent. De stelling ‘één plus één is twee’ is bijvoorbeeld een waarheid waar serieus aan getwijfeld zou kunnen worden.

Uit de betrekkelijkheid van het voorbeeld met de simpele som blijkt nog een eigenschap van de filosofie. De filosofie lijkt alles te relativeren zonder een antwoord te geven. Als één en één geen twee meer is, wat is dan nog wel waar?! In andere woorden, de filosofie doorziet alles. Maar, is dan de kritiek, als je alles doorziet, dan zie je eigenlijk niets. Een analogie. Het glas van uw woonkamerraam is transparant zodat u er doorheen kunt kijken. Die transparantie heeft dus een functie. Als ook de tuin erachter transparant zou zijn zou u alsnog niets zien. Daarom is het noodzakelijk dat de filosofie toch antwoorden geeft, al zijn dat vaak maar tijdelijke standpunten. Wie alles doorziet, ziet niets schreef C.S. Lewis al.

Ten slotte, eigenlijk is mijn antwoord op de vraag wat filosofie is ook maar een tijdelijk standpunt. Filosofie is immers geen filosofie als ze ook zichzelf niet oneindig zou bevragen! Dit is een verschil met andere wetenschappen. Die hebben een vastomlijnd domein waarin ze onderzoek verrichten. Daarom is de filosofie ook het mooiste om te doen!

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.

Categorieën
Columns

Marktwerking


Wat is marktwerking? Als er meer vraag is, dan stijgen de prijzen. Dit is een centraal onderdeel van ´de markt´, die onpersoonlijke kracht die het geheel van vraag en aanbod reguleert. Je ziet het overal gebeuren: huizenprijzen, olieprijzen en staalprijzen. Ook dichterbij zien we de markt in actie. Op verkoopsites gebeurt namelijk hetzelfde. Daar zien we mensen tegen elkaar opbieden om het aangebodene te bemachtigen. Immers, was er maar één bieder, dan zou hij of zij het bod niet verhogen. Ook hier: meer vragers, hogere prijzen.

Is dit echter een noodzakelijk gevolg? Nee, het is een regel die best anders had kunnen zijn. Het is geen regel die vergelijkbaar is met de natuurwetten zoals de zwaartekracht. Als je een appel loslaat zal deze altijd vallen, dit kan niet anders. De regel van de markt kan best anders zijn, maar dat moet u wel eerst geloven. Daarom een voorbeeld.

Stel u biedt uw auto te koop aan. Al snel heeft u meerdere bieders die elkaar de loef proberen af te steken. Dan kunt u het hoogste bod accepteren, maar wat houdt u tegen om een lager bod te accepteren? Niet ´de markt´, die komt u heus niet persoonlijk dwingen om het hoogste bod te accepteren. Niets houdt u tegen om een lager bod te accepteren. Misschien gunt u uw auto de hoogste bieder niet omdat het een vervelende kwal is.

Een verkoper bepaalt zelf aan wie de auto wordt verkocht en voor hoeveel. De keuze hangt af van verschillende factoren, geld kan daar één van zijn. Tezamen vormen deze factoren de verdeelsleutel. Bij marktwerking is geld de enige verdeelsleutel. Bij ontwikkelingshulp gaat het niet om geld. Ziet u het al voor zich dat een Afrikaans voedselkonvooi haar lading aflevert bij de hoogste bieder? Nee toch? Bij ontwikkelingshulp wordt de hulp verdeeld onder mensen die juist geen geld hebben.

U als verkoper zou ook kunnen kijken naar de behoefte. Wie van de bieders heeft in uw ogen een grotere behoefte aan uw auto? Is dat het grote gezin of is dat de miljonair die toevallig uw type auto verzamelt.

Het probleem is dat we van jongs af aan horen dat prijzen stijgen als de vraag groter wordt. Als we dit geloven, dan wordt het vanzelf waar. Iedereen handelt ernaar en zet geen vraagtekens bij stijgende prijzen. Dat is immers zoals we verwachten dat het gaat en zo wordt het een zelfvervullende profetie.

Wat is nu marktwerking? De volgende keer dat u ´de markt´ in actie ziet, weet u het. U ziet gewoon een hebberig persoon die meer, meer, meer wil. Ik stel voor om mensen van jongs af aan te leren dat wanneer de vraag toeneemt, de mensen aardiger worden!