Categorieën
Boeken

Lege Harten

In de roman Lege Harten doet de Duitse schrijfster Juli Zeh eigenlijk een stap terug ten opzichte van Speeldrift. Waar de hoofdpersonen in Speeldrift alle waarden, betekenis en zelfs het nihilisme voorbij zijn, zijn de personages in Lege Harten druk bezig om hun bestaan zin te geven. Wel op een bijzondere manier.

Zeh vertelt een verhaal dat zich in de nabije toekomst afspeelt. Trump en Poetin hebben onverwacht goede dingen tot stand gebracht en Merkel heeft het veld moeten ruimen voor een Bezorgde Burger Beweging. Een beweging die sinds de machtsovername het ene na het andere “efficiëntiepakket” invoert. De markt is dominant.

De politiek is niet iets waar Britta zich nog in interesseert. Zij heeft zich met haar bedrijf De Brug in een bijzondere niche van de markt genesteld. De markt van suïcidalen. De Brug bemiddelt tussen organisaties die met een aanslag aandacht willen genereren voor een goede zaak (milieu, burgerrechten, vrijheid) en mensen die hun leven een laatste beetje zin willen geven. Marktwerking en zingeving hoeven elkaar dus helemaal niet uit te sluiten.

De Brug is geen terroristische organisatie. Zij bemiddelt slechts en over het aantal slachtoffers van een aanslag worden harde afspraken gemaakt. Een samenleving heeft terreur nodig en De Brug levert dat. Net genoeg om anderen de wind uit de zeilen te halen. Gedoseerd en geïnstitutionaliseerd terrorisme zou je kunnen zeggen. Een paradox: om aanslagen te voorkomen ga je ze zelf organiseren. Het “je” moet hier dan gelezen worden als een samenleving.

Potentiële aanslagplegers worden met behulp van big data gevonden, actief benaderd en uitgenodigd om deel te nemen aan het programma van De Brug. Dat programma bestaat uit meerdere fases, stuk voor stuk tests om te kijken of de kandidaat werkelijk een einde aan zijn of haar leven wil maken. Veel kandidaten verlaten het programma vroegtijdig met een hervonden levenszin. Een enkeling maakt het traject af en wordt ingezet. Aan beide soorten kandidaten verdient De Brug; een goed verdienmodel.

Dan meldt Julietta zich aan. Met haar jongheid en prachtig uiterlijk is zij de “perfecte terrorismepop”. Als je zulke kandidaten in huis hebt dan heb je een streepje voor op de concurrentie. Julietta is echter ook de persoon die Britta uit evenwicht brengt.

Wat de verhalen van Zeh voor mij zo interessant maken is dat ze een idee pakt en daarvan de ultieme gevolgen opzoekt. In de roman Speeldrift was dit het idee dat de wereld en het leven geen betekenis hebben. Als dit zo is, hoe zou iemands leven er dan uit kunnen zien? In deze roman Lege Harten wordt gespeeld met het idee van de (neoliberale) marktwerking. Als de markt heilig is, en de overheid zo min mogelijk moet ingrijpen, hoe zou het leven er dan uit kunnen zien? Misschien dus wel met een terroristenmakelaar (zinmakelaar?) die gedoogd wordt door de geheime dienst. Liever gecontroleerde terreur dan chaos.

Tot slot nog iets over het motto. Persis Bekkering van de Volkskrant is teleurgesteld in de roman. Het is een “zwaar versimpelde thriller die uitblinkt in clichés”. Daar kan ik weinig tegenin brengen. Ook ben ik het met Bekkering eens dat Britta een typetje is en geen literair personage. Britta is “een goed georganiseerde vrouw met smetvrees, die haar geweten strak onder de duim houdt. Ze is zo kunstmatig dat Zeh voortdurend kunstgrepen nodig heeft om het verhaal geloofwaardig te houden.” Maar dat is nu juist het briljante van Zeh! Het motto van het boek is “Ja. Zo zijn jullie” en ik ken nog wel een aantal mensen die hun leven ook als een typetje leiden, zelfs het Britta-type. Die ook allerlei kunstgrepen toepassen om het voor zichzelf nog een beetje geloofwaardig te houden. En die net als Britta een Julietta nodig hebben om nog iets te ervaren van wat het betekent om mens te zijn.

Het leven is zinloos, maar daar kun je niet de hele dag bij stilstaan. We hebben die kunstgrepen nodig. De cultuur is echter van grote invloed op de beschikbare en algemeen geaccepteerde kunstgrepen. De vraag die Zeh stelt is waar leidt dit toe? Haar dystopische antwoord: voor je er erg in hebt zijn we allemaal typetjes geworden.

Categorieën
Boeken

Searching for Meaning

Een tijdje geleden las ik het nieuwsbericht dat James T. Webb is overleden. Ook las ik dat hij betrokken was bij het Instituut voor Hoogbegaafde Volwassenen en daarvoor een lezing heeft gegeven. In die lezing (te vinden op YouTube) bespreekt hij kenmerken van hoogbegaafden en waar ze zoal tegenaan kunnen lopen. Heel kort noemt hij zijn boek Searching for Meaning, met als ondertitel Idealism, Bright Minds, Disillusionment and Hope. En dat het een moeilijk boek was om te schrijven omdat het zo persoonlijk is.

Het boek is inderdaad persoonlijk. Webb beschrijft hoe hij als jongen opgroeide in het gelovige, traditionele zuiden van de Verenigde Staten. Hoe zijn wereldbeeld aan het wankelen werd gebracht door zijn roommate Richard die erg geduldig vragen bleef stellen. En hoe professor Queener wekelijks tijd maakte om zijn desintegratie in goede banen te leiden. Het boek is ook opgedragen aan deze twee personen.

De term desintegratie komt uit Dabrowski’s Theory of Positive Disintegration. Deze theorie wordt genoemd als een behulpzaam raamwerk voor het begrijpen van existentiële depressies. Want naast het persoonlijke verhaal geeft Webb ook een overzicht van de wetenschappelijke inzichten over het samenspel van hoogbegaafdheid (zoeken naar consistentie), idealisme (hoge verwachtingen hebben), teleurstellingen (in anderen, in jezelf want de wereld is niet ideaal), en welke hoop daar uit te putten is.

Wat die hoop betreft blijf ik nog wat sceptisch. Misschien dat ik de stadia van een existentiële depressie nog niet volledig heb doorlopen, maar als het leven zinloos is wat maakt het dan uit welke coping stijlen ik gebruik, hoe gelukkig ik ben (alsof dat het hoogste goed is), en wat ik met mijn talenten doe?

Het boek heeft het vaak over iets goeds doen, de wereld verbeteren. Al is het maar met kleine stapjes of als rimpelingen in een vijver (p. 159). Maar een nihilist kan niets anders dan zijn schouders optrekken bij die begrippen. En een hoogbegaafde zal al snel denken dat zijn handelen een drup op een gloeiende plaat is. Misschien dat het eerste wel een coping stijl is om de teleurstelling van het tweede te verzachten.

En toch vind ik het fijn dat Webb de moeite heeft genomen om dit boek te schrijven. Zijn hoop was dat dit boek “will serve as a voice of understanding, compassion, and support that will help you through the most gruelling of the rough spots as you search for meaning on your own journey of self-discovery”. It has.

Categorieën
Columns

Aardbeving

Zo stevig als een huis. Vaste grond onder de voeten hebben. Twee gezegdes die in Groningen rap aan betekenis verliezen. Met elke aardbeving voelt men de grond onder zich wegzinken. Niet letterlijk, nog niet althans, maar figuurlijk. De Groninger die normaal niet van zijn stuk te krijgen is, is in beroering gebracht.

Als de grond al niet meer te vertrouwen is, wat dan nog wel? Op welke zekerheden valt dan nog te bouwen? Aardbevingen maken de filosoof in de mens wakker en de dominees. Vanaf menig kansel zal een preek hebben geklonken met de woorden vaste grond en aardbeving. Het enige vaste, zo zal het bruggetje wel zijn gelegd, is de liefde van God. Richt je daar op en je hebt niets te vrezen. Maar voor wie echt wakker is geschud is dat geen lapmiddel meer.

Een beetje schudden daar ligt de Groninger niet wakker van. Nee, het was het bericht dat er wel eens doden konden vallen bij aardbevingen die nog veel heftiger zullen worden. Een schuur is wel te repareren, maar sterven?! Toch vraag ik me af, is het niet een hele eer om te mogen sterven voor het land? Is het niet een waardig offer wetende te zijn gestorven voor een goede zaak. De goede zaak is in dit geval de gasopbrengsten, of meer tastbaar geformuleerd, het feit dat velen in warmte en welvaart kunnen leven.

Gevallen voor het vaderland. Het zou maar zo op een grafsteen kunnen staan straks. Niet de zerk van een uitgezonden militair, maar van iemand die zo dapper was om in Groningen te blijven wonen. Sterven voor ’s lands economie.

Minister Kamp bracht het mooi. Zittend op zijn steigerend ros, sabel in de hand en de blik op de horizon sprak hij begeesterende woorden die weerklank vonden in menig hart. Voor kas en koning, scandeerden de aanwezigen. De schilder Helmantel werkt op dit moment aan de vereeuwiging van het schouwspel bij de gasbel van Slochteren. Het zal op zijn tijd in het Rijks te bewonderen zijn onder de afdeling vroeg-eenentwintigste eeuwse economische offers samen met een portret van sns topman Sjoerd van Keulen gemaakt op zijn onderduikadres.

Wij sterven tegenwoordig nergens meer voor. Dat is iets voor derde wereld landen, voor landen waar onderdrukking heerst. Hier leven we lang, heel lang. Het is een beetje zoals Oscar Wilde al schreef en ik citeer hem vrijelijk: ‘tegenwoordig leven we langer en langer, maar waarvoor weten we hoe langer hoe minder’.

Categorieën
Columns

Stoelpoten

De top drie van vragen is werkelijk maar het topje van de ijsberg aan alle mogelijke vragen. Alles is namelijk te bevragen. Van sommige vragen wens ik zo af en toe dat ik ze nooit gesteld had. Want met al die vragen heb ik de stoelpoten één voor één onder mijzelf vandaangezaagd. Wat is kennis? Onzekere kennis. Wat is een zelf? Een handig begrip, maar niet bestaand. Wat is de zin van het bestaan? Geen idee. Wat is goed? Lastig. Wat is kwaad? Nog veel lastiger. Waarom zou ik het goede doen? Boem! Ik heb geen poot meer over.

In de boeken van Joep Dohmen pleit de hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek vaak voor een terugkeer naar de zorg voor zichzelf. Deze zelfzorg zijn wij Westerse mensen in de laatste eeuw meer en meer uit het oog verloren. Tegenwoordig lijkt het alsof de mensen alleen nog maar op aarde zijn om de `rangen der gelukzaligen te versterken´ zoals Pascal Bruckner het verwoordt in `Gij zult gelukkig zijn!´. Geluk is verworden tot een gevoel dat te koop is waarmee ook het idee wordt bevestigd dat geluk een voortdurend gevoel is. Het streven naar geluk is in de plaats gekomen voor het streven om een goed mens te zijn.

Nu heb ik veel waardering voor de ideeën van Dohmen, maar ik kan mij voorstellen dat niet iedereen even overtuigd raakt van de noodzaak om aan zelfzorg te doen. Het argument dat een leven zonder zelfzorg niet meer is dan een aangesloten reeks van toevalligheden, oftewel een fragmentarisch leven, zou voor mij niet de eye-opener zijn die me zou doen besluiten om bewuster te leven. Daarvoor is het,  het idee van een fragmentarisch leven, te abstract en te indirect. Mensen gaan eerder over tot actie wanneer het resultaat van hun handelen direct en zichtbaar is, blijkt ook uit psychologische studies.

Zonder stoelpoten wordt de roep om een sterk argument alleen maar sterker. Het argument voor zelfzorg dient ten eerste de stoelpoten te vervangen en dient ook nog eens te concurreren met de massamedia die ons van alles en nog wat willen doen laten geloven. Het belang van imago, succes en rijkdom om er een paar te noemen. Dus waarom zelfzorg? Ik denk dat wanneer men uitgaat van het idee dat het leven waardevol is dat het antwoord niet gevonden kan worden. Het antwoord komt met de vraag ´waarom leven?´

TIP : bekijk ook eens deze site over de grootste uitdaging van deze tijd, namelijk je leven zin geven in een wereld die geen zin meer lijkt te bieden.